Rowenta’s time-o-mat

Als je bedenkt dat de time-o-mat in de basis een wekkerradio-zonder-radio is, versterk je daarmee het vermoeden dat deze overontwikkelde schakelklok van Rowenta een uitdaging in Duitse industriële vormgeving is geweest. Op een verder oninteressante middag in 1982 moeten een paar ingenieurs tegen hun nieuwe collega’s hebben gezegd “hee, we hebben een schakelklok nodig in het lab. Kunnen jullie iets moois ontwerpen?” Of zoiets. Feit is dat de time-o-mat van Rowenta, voor de tijd meer had te bieden dan je gemiddelde mechanische schakelklok. Twee schakeluitgangen bijvoorbeeld. En een 7-segment VFD-display. En interessante Duitstalige instructies op het bedieningspaneel in een technisch aandoend lettertype.

De time-o-mat voorziet in de actuele tijd, in 24-uursformaat met lichtgevende fluorescente cijfers weergegeven. Twee geschakelde uitgangen en een elektronische pieper bieden de verwachte acties en de functies bestaan uit het schakelen op een ingestelde tijd, of een in minuten ingestelde afteltijd. Het apparaat heeft geen handleiding nodig: alle mogelijke functies zijn van het voorpaneel af te lezen. Twee drukknoppen maken het mogelijk om de actuele tijd, de afteltijd of de wektijd in te stellen. Een grote keuzeschakelaar schakelt tussen de verschillende functies. Een geluidsalarm kan met een knopje aan de bovenkant van de time-o-mat worden uitgeschakeld.

Het verwijderen van de enkele schroef aan de onderzijde laat het apparaat in twee helften uiteenvallen en geeft een blik aan de binnenzijde. En eerlijk is eerlijk: hoe degelijk en industrieel de buitenkant er ook uit moge zien, de binnenkant is een absolute wanhoop van onzorgvuldig ontworpen elektronica. Op de pertinax printplaat zijn zowel hoog- als laagspanningsonderdelen gemonteerd. Onderdelen zijn kriskras over de printplaat verspreid zonder enig gevoel voor orde of regelmaat en op diverse plaatsen zijn achteraf gemonteerde draadbruggen te zien. De ingenieur die zo zorgvuldig de buitenkant ontwikkelde had niets van doen met de zo onzorgvuldig opgezette binnenkant. Maar het werkt, het werkt. Brandplekken op de binnenzijde suggereren echter dat dat niet altijd ruim binnen de veiligheidsmarges heeft plaatsgevonden.

Prachtig om te zien is de time-o-mat echter zeker. En laten we wel zijn: een mooi ontworpen schakelklok past altijd wel ergens in de werkplaats. Maar we houden ‘m in de gaten.

Hugo Gernsback’s 1934 Official Short Wave Radio Manual Complete Experimenter’s Set-Building and Servicing Guide

Een officiële gids met alle op dat moment bekende radiobuis-schakelingen voor het maken van kortegolfontvangers én -zenders. Deze gids moet wereldwijd een kentering hebben aangebracht in de productie van radiotoestellen en van invloed zijn geweest op het leven en werken van ontelbare mensen. Om het belang van deze publicatie te benadrukken werd deze in 1987 in ongewijzigde vorm opnieuw uitgebracht, met als toevoeging een verhandeling en vergelijking over het gebruik van transistoren.

De ‘manual’ bevat vooral veel schakelingen voor ontvangers en zenders. Meestal opgebouwd uit een radiobuis en bijbehorende ontvangstspoelen en met veel foto’s en werkbeschrijvingen aangevuld. Het is een geschiedenisboek die zich vooral door de technische lezer laat verslinden. Ik vind het boek, ondanks het feit dat veel van de schakelingen ondertussen door de tijd zijn achterhaald, fantastisch om door te bladeren. Veel van de schakelingen zijn op dat moment het neusje van de zalm op het gebied van innovatie en technische know-how en je kunt niet veel anders dan respect hebben voor deze mate van gedetailleerde publicatie. Ik vind de toevoeging van de pagina’s over transistoren (duidelijk herkenbaar als toevoeging door de afwijkende plaatsing van het paginanummer) een welkome aanvulling, omdat er moeite voor is gedaan buizenschakelingen en transistorschakelingen met elkaar in overeenstemming te brengen.

People’s Computer Company’s Dr. Dobb’s Journal’s Tiny BASIC

De magie van een goede programmeertaal zit verscholen in de eenvoud waarmee een bepaald idee kan worden uitgedrukt. Processor-assembleertaal is complex, krachtig en moeilijk om te leren gebruiken. Om een programmeertaal in de beginjaren van de thuiscomputers te laten landen moest deze niet alleen ‘goed’ zijn, maar als programma ook nog passen binnen de toenmalige beperkingen op het gebied van opslag, verwerkingssnelheid en werkgeheugen (RAM). De Tiny BASIC programmeertaal, als concept voor het eerst voorgesteld door Dennis Allison in het septembernummer van People’s Computer Company’s Dr. Dobb’s Journal, voldeed aan die eisen. De Journal begon net met publiceren en had als doel te dienen als referentiewerk; publicatie van een programmeertaal paste fabelhaft in dat concept. Tiny BASIC was op het moment van publiceren nog geen programmeertaal met een wijde beschikbaarheid voor de diversiteit aan computerhardware in die tijd: van de lezers van het blad werd de bovengemiddelde inspanning verwacht om Tiny BASIC zélf voor de eigen hardware te implementeren. Diverse codevoorbeelden en implementatierichtlijnen hielpen daar echter bij en Tiny BASIC kwam je daarna in heel veel varianten tegen.

De eigenschappen van de voorgestelde Tiny BASIC waren als volgt:

  • Alleen 8-bit (of 16-bit) integerberekeningen in het bereik -128 tot +127 of -32768 tot +32767
  • 26 variabelen met namen A, B, C, D, .. , Y, Z
  • De RND functie
  • 7 BASIC statements: INPUT, PRINT, LET, GOTO, IF, GOSUB, RETURN
  • Strings alleen als parameter voor PRINT

Hoewel de uitrusting van Tiny BASIC beperkt lijkt, viel dat in het licht van de hardwaremogelijkheden van de computers in de jaren ’70 nog reuze mee en ook zonder later geïntroduceerde toeters en bellen waren complexe programma’s mogelijk. Met INPUT was het mogelijk om invoer van een gebruiker te vragen (beperkt tot geen input, of een geheel getal). Met LET konden alle mogelijke berekeningen worden uitgevoerd – expressies geëvalueerd – zolang de uitkomsten maar beperkt bleven tot gehele getallen. En met PRINT konden de antwoorden op het scherm worden getoverd. Vorwaardelijke verwerking werd mogelijk met IF en grotere programma’s konden gebruik maken van routines met GOSUB en RETURN. Tiny BASIC was dan ook een instant succes.

In de latere jaren kwam je Tiny BASIC in allerlei vormen en onder diverse namen tegen. Laatst zag ik een implementatie op een Arduino, die een listing op een miniatuur OLED scherm toonde. En het stond de programmeurs vrij om zelf uitbreidingen aan de taal te maken, bijvoorbeeld door functies toe te voegen voor wiskundige berekeningen, of specifieke hardware of I/O uitbreidingen. Succes verzekerd.

De basis Tiny BASIC instructies zijn voldoende voor ieder denkbaar programma die binnen de beperkingen van geheugen en integerberekeningen moet werken. Met de combinatie van IF en GOTO waren ook herhalingen mogelijk:

100 LET L = 0
110 PRINT "IN THE LOOP", L
120 LET L = L + 1
130 IF L < 10 THEN GOTO 110
140 PRINT "OUT OF THE LOOP"

In latere Tiny BASIC versies werd zonder uitzondering de FOR .. TO .. NEXT constructie toegevoegd, zodat de code hierboven herschreven kon worden als:

100 FOR L = 0 TO 9
110 PRINT "IN THE LOOP", L
130 NEXT L
140 PRINT "OUT OF THE LOOP"

Omdat de Tiny BASIC programmeertaal maar weinig woorden kent en deze woorden toch al als enkele ’token’ in het geheugen van de computer werden opgeslagen, zochten veel computerbouwers naar manieren om met een enkele toets een geheel BASIC woord in te kunnen voeren. Hieronder een voorbeeld van de toetsenbord-layout voor de Tiny BASIC implementatie op de Micro-Professor MPF-1, wat gezien de aanwezigheid van FOR .. TO .. NEXT al een meer uitgebreide versie betreft. De commando’s SAVE, CONT, LIST, NEW, LOAD, RUN en ENTER zijn geen programmeerinstructies, maar middelen om programma’s in z’n geheel te laden van of bewaren op cassetteband, een programma te starten, te ‘listen’, of een afgebroken programma te hervatten.

Externe links

Omega’s dress watch

Er is een categorie horloges die handig past bij het dragen van een overhemd en colbert. Het soort horloge dat niet veel toeters en bellen (‘complicaties’) heeft, klein en dun is zodat het onder het manchet van een overhemd wegvalt, van mooi maar niet te opzichtig materiaal is gemaakt en dat een bepaalde zuinige en zakelijke uitstraling heeft. Die categorie wordt ‘dress watch’ of ‘suit watch’ genoemd en bij gebrek aan Nederlandse vertaling wellicht het best als ‘gekleed polsklokje’ beschreven kan worden. Ieder merk horloge, van Casio en Swatch tot Rolex en Cartier hebben in deze categorie diverse modellen beschikbaar, met per jaar meestal nieuwe trends en uitvoeringen.

Omega, het in Zwitserland gevestigde horlogemerk, bestaat sinds 1850 en opereert sinds 1950 als exclusief en luxe merk dat ieder jaar opnieuw nieuwe innovatieve en trendbepalende modellen presenteert. Verzamelaars kennen veel waarde toe aan de oudere Omega horlogemodellen omdat deze tijdloze stijl combineren met vooruitstrevende techniek en mede daarom als goede investering worden gezien. Omega was één van de eerste merken met een led-horloge maar staat vooral bekend om haar analoge wijzerplaat-uurwerken die in roestvrijstaal, brons en massief goud worden uitgevoerd, waarbij de meeste modellen na 1965 waterdicht zijn. De prijzen van nieuwe én gebruikte Omega horloges lopen van enkele honderden euros tot in extreme gevallen tienduizend of meer. Gebruikte, soms als nieuw uitziende maar evenvaak volledig afgedragen klokjes zijn immer populair en laten we eerlijk zijn: wie wil niet zo’n mooi (al dan niet bekrast en bebutst) horloge om zijn of haar pols.

Sony’s ICF-SW1 wereldontvanger

Wereldradio’s, of multibandontvangers, zijn er altijd te kust en te keur geweest. De Sony ICF-SW1 is niet alleen bijzonder in deze categorie vanwege zijn compact formaat en eenvoudig uiterlijk, maar ook vanwege de het feit dat er met het apparaat alle in gebruik zijnde FM frequenties van 76 – 108 MHz en alle AM frequenties van 150 – 29.999 kHz zonder enige onderbreking ontvangen kunnen worden. En dan hebben we het hardplastic koffertje met wereldvoeding, oortelefoons en buitenantenne-met-antenne-verleng-kabel nog niet genoemd.

De Sony ICF-SW1 is een miniatuur langegolf (150 – 300 kHz), middengolf (300 – 3.000 kHz) en kortegolf (3.000 – 30.000 kHz) ontvanger die zowel AM- als FM signalen hoorbaar maakt. Het ontvangbaar bereik is zo goed als de volledige frequentieband, met kleine omissies aan de onderkant van de lange golf (3 – 150 kHz) en aan de bovenkant van de korte golf (30.000 – 76.000 kHz en 108.000 – 300.000 kHz) waar militaire communicatie plaatsvindt. Het toestel werd vanaf 1988 geproduceerd. Door het compacte formaat en beperkingsloos ontvangstbereik werd de ontvanger naar verluid ook door spionnen en agenten gebruikt voor het afluisteren van geheime transmissies, hoewel de ontbrekende frequentiebereiken dat iets onwaarschijnlijker maakt. De radio werd waarschijnlijk het meest door reizende en camperende consumenten gebruikt die er de wereldnieuwsstatons van ondermeer de BBC mee luisterden. De meegeleverde lange staafantenne kon in dat geval buiten de tent worden geplaatst, waarbij de uitrolbare aansluitkabel netjes naar binnen kon worden geleid. Hoewel de radio een enkele luidspreker aan boord heeft en daarmee mono geluid weergeeft, kunnen FM uitzendingen in stereo met de meegeleverde oortelefoons worden geluisterd. Met een schuifschakelaar kan de klankkleur worden geregeld.

De ICF-SW1 werd geleverd in een koffer op A4 formaat, met hierin ruimte voor de ontvanger, een externe antenne, een voeding geschikt voor diverse landen, de oortelefoons en de handelingen. Een slimme keus, want de ICF-SW1 is typisch een apparaat dat je af en toe wilt gebruiken en dan alle accessoires bij de hand wilt hebben, terwijl als de boel is opgeborgen de stevige koffer langdurig de inhoud zal beschermen.

Ik heb een cosmetisch als nieuw uitziende kit voor een paar tientjes van eBay kunnen sourcen. Erg blij mee: de radio ziet eruit alsof -ie nog nooit is gebruikt en ik verwacht er veel gebruik van te maken als bureauradio. Maar hij doet het niet meer: in plaats van mooi geluid komt er een ratelend geluid als van een defecte brandmelder vanaf. Er klinkt nog wel iets van geluid doorheen, maar het stoorgeluid is dat: storend. Verklaart de lage prijs en het label ‘just for parts’ die de verkoper bij de aanbieding had staan. Het geluidsprobleem doet aan als iets met condensatoren en een vlugge zoektocht levert inderdaad op dat lekkende condensatoren een bekend probleem zijn van deze radio. Moet te fixen zijn.

Basisprint met defecte condensatoren weergegeven
  • 1 x 33 µF/4V radiaal SMD (C608, koppeling DC-DC circuit met audio eindversterkercircuit)
  • 2 x 47 µF/4V radiaal SMD (C426 en C431, onderdelen van het FM decodeercircuit)
  • 1 x 100 µF/4V radiaal SMD (C607, koppeling DC-DC circuit met audio eindversterkercircuit)
  • 2 x 220 µF/4V radiaal SMD (C420, koppeling ontvangercircuit en FM decodeercircuit en C613, koppeling DC-DC circuit met audio eindversterkercircuit)

Externe links

Philips’ HL 3695 vertaal-machine

De Philips HL 3695 vertaal-machine is een apparaat waarmee woorden van de ene taal in een andere kunnen worden vertaald. De beschikbare talen zijn Nederlands, Duits, Frans, Engels, Noors, Spaans, Italiaans, Japans en Arabisch, met in elke taal 3000 woorden, waarvan 3 talen tegelijk in het apparaat kunnen worden geplaatst. De talen komen elk in een kunststof blokje die separaat werden verkocht. De vier AA-batterijen kunnen het apparaat een paar uur van stroom voorzien, maar het apparaat is snel aan- en uit te zetten waardoor de gebruiksduur fors kan worden verlengd.

Hoogspanningsdisplays werden in de jaren ’80 veelvuldig gebruikt in consumentenelektronica, maar minder in draagbare apparaten omdat de stroomverzorging ingewikkeld was met spanningen die hoger waren dan de voedingsspanning, complexe aansturing en een fors verbruik. De vertaal-machine (hij werd door Philips niet ‘computer’ genoemd) kwam misschien met het stroomverbruik weg omdat de theorie wellicht was dat het apparaat voor iedere vertaling zou worden aangezet en na gebruik weer uit. Een grote rode led aan de voorkant zorgde ervoor dat de gebruiker het uitschakelen niet zou vergeten. Er kan worden geschakeld tussen alkaline- en oplaadbare nikkel-cadmium batterijen maar ook het gebruik van een netadapter is mogelijk,

16 tekens ‘Vacuum Florescent Display’. De tekens zijn veelzijdiger dan de 7-segments displays die we van vroegere rekenmachines kennen, maar hebben niet de mogelijkheden van de displays die zijn voorzien van individueel aanstuurbare beeldpunten

Het display bevat 16 tekens en een woord kan in de eerste van de geplaatste talen worden ingevoerd en (indien beschikbaar) in één van de andere twee talen worden weergegeven. Enkele veelgebruikte zinnen zijn in iedere taal beschikbaar en berekeningen zijn, met wat goede wil van de gebruiker, mogelijk, zij het niet met een snelheid of nauwkeurigheid die je van een rekenmachine zou verwachten. Speciale features zijn ondermeer het tonen van de gehele inhoud van de woordlijst in één van de geplaatste talen naar keuze en het tonen van een kort lijstje met veelgebruikte zinnen. Naar huidige maatstaven bevat het apparaat beperkte functionaliteit: de totale woordenlijst past waarschijnlijk op een paar A4’tjes en legitimeert de vraag waarom geen boekje met woorden mee te nemen.

De Philips HL 3695 bevatte aan de binnenkant geen kenmerkende Philips onderdelen, terwijl Philips in die tijdsperiode zelf veel van de onderdelen, zoals de gebruikte TTL chips, zelf produceerde. Het apparaat is dan ook niet door Philips ontwikkeld of geproduceerd, maar een rebatch van de M100 van het Amerikaanse Craig. Het ontwikkeltraject van dit apparaat is terug te herleiden naar de inspanningen van één enkele individu:

In 1978 richtte uitvinder en ondernemer Ron Gordon het bedrijf Friends Amis, Inc. op en patenteerde een meertalige vertaler genaamd het Ami LANGUAGE System. Het ontwerp van dit apparaat was gebaseerd op een 8-bit Mostek MK3870-microcontroller met 2K intern programmageheugen en door de gebruiker verwisselbare taalmodules. Het systeem van apparaat en verwisselbare modules werd in de VS verkocht door de in Californië gevestigde elektronicafabrikant Craig, terwijl Friends Amis de binnenkant van het apparaat produceerde en de eindmontage deed. De vertaler werd in 1979 op de markt gebracht als een ‘Translator & Information Center’ en in andere landen waren rebatches beschikbaar, zoals onze Philips HL 3695 vertaal-machine en in Duitsland de MBO Pocket-Computer. Gordon suggereerde dat er 300.000 microcontrollers werden ingekocht om de vertalers te produceren.

Het Ami LANGUAGE System en de M100 en rebatches waren een noviteit in die zin dat ze niet programmeerbaar waren, maar nog steeds een volledig capabele computer, beeldscherm en toetsenbord bevatten. Daarin zag het Japanse Matsushita Electric Industrial Co. kansen voor een product dat toen nog niet bestond: een computer die enkele, zo niet de meeste, toeters en bellen had van een grote computer, maar draagbaar was en op batterijen werkte. Het moet klein en programmeerbaar zijn, connectiviteit hebben en een volledig qwerty-toetsenbord bevatten. Gordon’s Friends Amis ontwierp ook deze eerste Hand Held Computer (HHC) die Matsushita in 1981 op de markt bracht en produceerde.

Wikipedia (artikel geschreven door Rudi Niemeijer van retro-lab.nl)

De HL 3695 is opgebouwd rondom een voorgeprogrammeerde Mostek MK3870 microcontroller, die in 1978 werd geïntroduceerd. De eerste microcontroller op de markt was de TMS1000 van Texas Instruments, die vanaf 1974 veelvuldig in volumeproducten zoals speelgoed werd gebruikt. Een microcontroller is een microprocessor waar de RAM en ROM zijn ingebouwd. Hiervoor vervalt de noodzaak van de data- en adresbussen en de hierdoor vrijgekomen aansluitingen kunnen voor I/O toepassingen worden gebruikt, zoals het aansturen van leds of displays en het uitlezen van schakelaars of toetsenborden. De ROM-inhoud van microcontrollers werd in eerste instantie in de fabriek meegeëtst op de chip, maar was door de opkomst van EEPROM vanaf 1987 ook door de eindklant of eindgebruiker programmeerbaar. De gebruikte MK3870 heeft 2K aan ROM waarin de programmatuur voor het uitlezen van het toetsenbord, het aansturen van het beeldscherm, het inlezen van de taalmodules en het tonen van de juiste vertaling op basis van de invoer zit opgesloten. In de vertaal-machine vinden we naast de microcontroller nog enkele andere chips die helpen bij het opbouwen van de informatie op het display. Het display bestaat uit 16 tekens van elk 15 segmenten (inclusief de decimale punt).

BehuizingType aanduidingFabrikantOmschrijvingDatumcode
DIP40SL90200 / MK3870Mostek8-bit general purpose microcontroller with 2K mask-programmable ROM7944
DIP28DS8881NNational SemiconductorVacuum fluorescent display driver7945
DIP18CDP1824CERCACMOS 64-Word x 8-Bit Static RAM7941
DIP1674LS156NRAYCDual 2-line to 4-line decoders / demultiplexers7937
DIP18 (2x)DI 514-38014 (?)
Geïntegreerde circuits in de HL 3695 vertaal-machine

A review [..] in Personal Computer World magazine (Dec 1979) [..] indicates that the [Craig M100] is based on the [Mostek MK3870 microcontroller], where the on-chip ROM was crucial – Brainbank/Craig designer Ron Gordon told PCW he chose the chip “because it was the only one with 2K bytes at the time we made the choice.” He claimed his company, Friends Amis, had “three-quarters of the 400,000 unit world market for 1979.”

Simon N. Goodwin

Externe links

Milton Bradley’s Zeeslag per computer

Zeeslag (‘Battleship’) is een oeroud spel voor twee spelers dat oorspronkelijk op papier werd gespeeld. Beide spelers hadden twee velden met hokjes, vaak 10×10, waarin ze hun eigen ‘schepen’ en de slagen van de tegenstander, en de waarschijnlijke plaatsing van de schepen van de tegenstander en de eigen slagen op de schepen van de tegenstander, bijhielden. De oorsprong van het spel is niet helemaal duidelijk, maar naar verluidt werd het al rond 1900 in één of andere vorm gespeeld. Hoewel er eerdere versies van het spel in herbruikbare vorm werden uitgebracht, was de kunststof set van Milton Bradley in 1967 de eerste met pennetjes en losse schepen. In 1977 bracht Milton Bradley een elektronische versie van het spel op de markt waarbij verschillende posities van schepen al waren voorgeprogrammeerd in een COP400, een 4-bits microcontroller van National Semiconductor.

Hoewel de buitenkant van het spel er ook in 2022 nog interessant uitziet, is de binnenkant voor de elektronica-archeoloog veel interessanter. Een printplaat uit geperst karton bevat zowel de microcontroller, als de metalen rail en bussen die samen met beweegbare delen van de behuizing voor de stevige schuifknoppen zorgen waarmee het spel jarenlang kon worden bediend. In de wetenschap dat de microcontroller, eerste van een generatie, niet veel rekenkracht kan hebben is het des te indrukwekkender dat er spelbediening, schipposities, geluid en sensoriek kon worden gecombineerd.

Printplaat met de COP400 microcontroller, deze versie uit 1988

Externe links

Philips’ LOX 90 T transistorradio

“Transistor Seven” zegt veel over uit welk jaar de reclame van een product komt: niemand zal je tegenwoordig nog vertellen hoeveel transistoren er in je radio zitten maar in 1963 was het woord ’transistor’ even magisch als in de jaren ’70 het woord ’turbo’ en in 2021 de kreet ‘4K’. En er moesten wat motiverende geluiden en magische handbewegingen gemaakt worden, want de Philips LOX 90 T ging in 1963 voor 149 gulden over de toonbank, een omgerekende 500 u-leest-het-goed euro in 2021. Maar voor dat bedrag kreeg je dan ook het neusje van de zalm op het gebied van technische innovatie, stijlvol uitgeleverd in een Italiaans aandoend lederen koffertje en voorzien van een handleiding in vier verschillende talen!

Deze Philips draagbare radio, want dat was het met afmetingen 14 x 8 x 3 cm, moet een instant-hit zijn geweest bij de vaders van gegoede gezinnen, die het apparaat bij familiebijeenkomsten voor het aanwezige publiek konden demonstreerden, misschien onderwijl aan een pijp lurkend en vertellend over de radiostations uit die tijd en het nieuws dat hiermee kon worden gevolgd. De mono geluidskwaliteit was prima, omdat 4 van eerder genoemde transistoren in gebruik waren in het audio circuit dat eindigde in een relatief zware 6,4 centimeter luidspreker. De overige 3 transistoren hadden de functie om een deel van de LF en MF ontvangstband geschikt te maken voor menselijke oren. En met ferrit-antenne, omwikkeld met een paar honderd meter koperdraad, wat weerstanden en condensatoren en een nog een extra OA 85 germaniumdiode hebben we het hele circuit beschreven.

Philips LOX 90 T schematische weergave uit de servicehandleiding

De transistoren in kwestie waren van verschillende OC-types, een type-aanduiding van Philips. Je kocht een enkele transistor voor enkele guldens en de transistoren kwam individueel verpakt in een kartonnen doosje, zoals dat ook bij radiobuizen gebruikelijk was. De 7 in de radio gebruikte transistoren waren de OC 44, OC 45, OC 71 en OC 72, zoals te zien is in het schema uit de servicehandleiding.

Research In Motion’s BlackBerry

Research In Motion produceerde al eenrichting-oproepsystemen (‘pagers’) die gebruik maakten van GSM sinds 1984 maar raakte pas bij het grote publiek bekend toen ze in 1999 de BlackBerry 850 op de markt zetten. De 850 was een bidirectionele pager met email functionaliteit die gebruik maakte van het 2G GSM netwerk. RIM produceerde het apparaat, het besturingssysteem, de applicaties en de aanvullende diensten en bracht met regelmaat nieuwe apparaten met meer mogelijkheden uit. In de volgende jaren zou RIM met dit totaalconcept de concurrentie van US Robotics, Palm, Handspring en Treo op een ruime afstand weten te houden.

RIM ontwikkelde in 1989 een toegangspoort genaamd RIMGate waarmee het bedrijven kon voorzien van een schaalbaar X.25 radionetwerk voor telecommunicatie. Later zouden ze deze technologie laten versmelten met TCP/IP gebaseerde internettechnieken. Vanaf 1995 gebruikte RIM eigenontwikkelde radio modems in haar pagers waarmee later ondermeer draadloze verbindingen met het internet gemaakt konden worden om email op te halen of webpagina’s te bekijken. Vlak na de introductie van de RIM BackBerry email diensten in 1999 zag de eerste RIM ‘communicator’, de 850, het licht. De vraag naar dit kleine, handzame apparaat waarmee uitsluitend tekstberichten in de vorm van email of eenvoudige webpagina’s konden worden gelezen, explodeerde vanaf de dag van de introductie.

De ‘BlackBerry’ was niet veel meer dan een bidirectionele pager met email en wat beperkte HTML-functionaliteit. Intern had de 850 een Intel 80386 microprocessor en 4 MB aan werkgeheugen en maakte gebruik van RIM’s eigen radiomodem. Het kon niet als telefoon worden gebruikt, maar het gaf gebruikers wel iets wat ze nog nooit eerder hadden gehad: een ‘always-on’ verbinding waarmee ze konden synchroniseren met Microsoft Exchange en waar ook ter wereld in verbinding met hun collega’s en het thuisfront konden blijven. In de begintijd heette de 850 nog geen BlackBerry en de 850 was alleen beschikbaar voor ondernemingen die gebruik maakten van Microsoft Exchange. Geen van beide factoren deed echter afbreuk aan de 850 als statussymbool: de personen die een BlackBerry 850 gebruikten hadden het gevoel dat ze het hadden gemaakt.

BlackBerry was een van de meest prominente smartphonemerken ter wereld, gespecialiseerd in veilige communicatie en mobiele productiviteit, en bekend om de toetsenborden op de meeste van hun apparaten. Op het hoogtepunt in september 2013 waren er wereldwijd 85 miljoen BlackBerry-abonnees. BlackBerry verloor echter zijn dominante positie in de markt door het succes van de Android- en iOS-platforms en ging in 2016 failliet.

Tomkins’ The North Face

Douglas en Susie Tomkins begonnen in 1968 een outdoorwinkel om hun eigen hobby en die van vrienden en bekenden beter te kunnen uitrusten met betrouwbare klimmaterialen. Vanuit North Beach, San Fransisco ontwikkelde de kleine winkel eigen kwaliteitsproducten en noemde zich The North Face, naar de vestigingsplaats en met een knipoog naar Half Dome, het afgeronde vlak van een berg in Yosemite National Park dat later prominent in het logo zou worden getoond, en diens North Face (het verticale vlak). The North Face is diverse malen van eigenaar gewisseld maar het logo en de bedrijfsdoelstellingen (‘Never stop exploring’) zijn onveranderd gebleven.

Het North Face logo is sinds 1968 niet meer veranderd

Piaggio’s Vespa

Vanaf hun introductie in 1946 staan Vespa scooters bekend om hun gelakte, geperste stalen unibody die de motor geheel omsluit, een vlakke vloerplaat biedt als voetbescherming en een prominente voorkuip heeft tegen weer en wind. Anno nu is het model en het merk Vespa nog steeds het summum op het gebied van mobiliteit bij zowel jeugd als hip metromens en wordt door de andere scootermerken zo goed mogelijk gekopieerd om dezelfde aantrekkingskracht te bieden.

Vespa is een Italiaans scootermerk vervaardigd door Piaggio. De naam Vespa betekent ‘wesp’ in het Italiaans. Na de introductie in 1946 is de Vespa geëvolueerd van enkel model scooter tot een volledige lijn van diverse uitvoeringen en varianten en is een zelfstandig bedrijf onder de Piaggio vlag. De scooter werd in juni 1947 gepatendeerd door ontwerper Corradino d’Ascanio en kreeg een patentduur van 14 jaar. Piaggio hernieuwt het ontwerp iedere paar jaar op elementaire punten zodat een continue patentbescherming van kracht blijft, maar voor oudere ontwerpen geldt dat niet.

Externe links

Nokia’s 6600

De Nokia 6600 was in 2003 het meest geavanceerde telefoontoestel dat Nokia ooit op de markt had gebracht, met Psion’s Symbian besturingssysteem, een menustructuur op een kleurenscherm met achtergrondverlichting, een ingebouwde camera en bluetooth. Je had een staaltje techniek in je handen waar je van kon aflezen waar de techniek en vooral de telefoondominatie van het Finse Nokia heen zou gaan, als Apple zich er in 2007 niet tegenaan zou bemoeien met de iPhone. Met een verkoopprijs van €600,- voelde het apparaat nog niet eens verschrikkelijk overprijsd voor al die mooie features, waaronder een mogelijkheid tot het afspelen van muziek vanaf een SD geheugenkaartje. Er zouden 150 miljoen exemplaren van verkocht worden.

Jerry Ehman’s WOW! alien bericht ontvangst

Big Ear was een radiotelescoop die door de Ohio State University werd gebruikt als breedband radio-observatorium voor signalen uit de ruimte. De radiosignalen werden door een IBM 1130 computer gebundeld tot hashgetallen en afgedrukt op zebrapapier. De afdrukken werden periodiek door studenten van de universiteit geanalyseerd. Jerry Ehman ontdekte op 7 augustus 1977 een reeks signalen die overeen kwamen met het soort signalen dat door andere beschavingen in de ruimte uitgezonden zouden kunnen worden en markeerde deze op het papier met WOW!

Het Big Ear radio-observatorium dat de WOW!-signalen ontving (foto Ohio State University)

Hoewel het radio-observatorium in 1998 ruimte moest maken voor een golfbaan, is de geschiedenis van de ontdekking van de WOW! signalen goed gedocumenteerd. Tot op de dag van vandaag is er geen duidelijkheid over wat het signaal betekent, maar de kans dat het afkomstig is van buitenaards leven is niet uitgesloten.

Externe links

NASA’s Space Shuttle

Space Shuttle was de naam voor een Amerikaans systeem van herbruikbare ruimtevaartuigen die in totaal 135 vluchten uitvoerden, waaronder het transport van grote delen van het International Space Station en het vervoer van goederen en astronauten van en naar het ISS. De laatste vlucht van een Space Shuttle was de Atlantis op 21 juni 2011, gevlogen door Douglas Hurley die later ook de gezagvoerder van eerste NASA Commercial Crew missie Demo-2 van SpaceX zou worden.

Tussen 1981 en 2011 gebruikte NASA met regelmaat de Space Shuttle voor vluchten naar het International Space Station, in de beginjaren van het Space Shuttle programma nog in aanbouw. De Space Shuttle bestond uit een soort vliegtuig die zelfstandig kon landen op Aarde, nadat deze vanuit de ruimte door de dampkring was komen vallen. Lancering gebeurde met een enorme brandstoftank en twee vaste brandstof raketten. Hoewel het geheel overweldigend overkwam, was de vlucht volgens Douglas Hurley ‘considerably smoother than the flight with Crew Dragon on top of Falcon 9″.

De eerste Space Shuttle was Enterprise, die in 1976 als testvoertuig werd gebouwd. Vier werkende Shuttles werden als regelmatige verbinding met ISS ingezet: Columbia, Challenger, Discovery en Atlantis. In 1991 kwam daar Endeavour bij, die de Challenger en Columbia moest vervangen die in 1986 en 2003 werden verwoest door fatale ongelukken.

Nadat de landing van Atlantis werden de Space Shuttles afgedankt. Vanaf 2011 tot 2020 maakten de Amerikanen gebruik van het gedateerde, maar zeer betrouwbare Russische Soyuz programma om astronauten van en naar het ISS te transporteren. In 2020 kwam hier met de eerste lancering van het Commercial Crew programma verandering in, toen NASA met de SpaceX Crew Dragon twee astronauten naar ISS liet brengen.

Sony’s Viao P-series

De in 2009 door Sony geïntroduceerde Viao P-series zijn kleine draagbare computers die veel ontwerpelementen van de Sony PlayStation Portable hebben overgenomen. Uitgerust met een Intel Atom Intel Atom Z520 en met 2 GB werkgeheugen zijn het geen krachtpatsers. Het 8″ breedbeeldscherm van 1600×768 pixels kan niet opboksen tegen een huidige generatie smartphone. Maar de uitstraling van deze Sony minicomputers, die Windows Vista vanaf de fabriek meekregen en volgeplempt waren met Sony rommelware, valt niet te miskennen.

De Intel Atom Z520 is een single-core, dual thread microprocessor die draait op 1,33 GHz. Alle extra’s is van de processor weggehaald en wat overblijft is een efficiënte, maar niet al te snelle, energiezuinige bouwsteen die door Sony is gebruikt om een ventilatorloze computer te maken die meer punten voor uitstraling dan voor performance zal krijgen. Maar om de Viao P een slome computer te noemen gaat dan ook weer te ver: uitgerust met een snelle SSD doen normale kantoorapplicaties onder Windows 7 of 10 het prima en het kleine scherm heeft een voldoende hoge resolutie om scherpe beelden te tonen. Met ingebouwde wifi en bluetooth zit het wel goed met de connectiviteit.

De kleine computer leent zich uitstekend als Linux portable; Ubuntu Linux versie 9.04 schijnt het goed te doen en ook de Debian-gebaseerde Linux Mint schijnt goede resultaten te geven.

Externe links