Gerry Anderson’s Thunderbirds (1965)

Thunderbirds is een Britse sciencefiction animatieserie, gemaakt in de jaren zestig door Gerry Anderson die vanaf 1965 wereldwijd werd uitgezonden. De serie draait om de fictieve organisatie International Resque, een organisatie die als doel heeft rampen te bestrijden en daarvoor gebruik maakt van futuristische vlieg- en voertuigen. De serie bestaat uit iets meer dan 30 afleveringen van elk 50 minuten. Ook zijn er twee films uitgekomen: Thunderbirds Are Go en Thunderbird 6.

De serie speelt zich ergens in de 21e eeuw af en volgt de avonturen van de familie Tracy, die bestaat uit miljonair en voormalige astronaut Jeff Tracy en diens vijf zonen Scott, Virgil, Alan, Gordon en John. De Tracy’s wonen op een eiland in de Grote Oceaan en zijn in het geheim lid van International Rescue, een internationaal reddingsteam dat overal ter wereld bij rampen komt helpen. De basis van International Resque bevindt zich op een geheime plek op het eiland van de Tracy’s. International Rescue wordt bijgestaan door de Londense Lady Penelope Creighton-Ward en haar butler-chauffeur Aloysius Parker.

De marionettentechniek in Thunderbirds is verfijnd, waardoor het geheel er relatief vloeiend uitziet. De aankleding van de decors en het realisme van de modellen en speciale effecten bezorgden de serie in de loop der jaren een cultstatus.

John Brown’s The One Game (1988)

The One Game is een vier-delige Britse televisieserie uit 1988. Het werd gefilmd in Birmingham. In de serie is Nickolas Thorne een zakenman die succesvol is geworden met de verkoop van computergames. Op een dag wordt hij in een ‘reality game’ geluisd, georganiseerd door zijn jeugdvriend en oude zakenpartner Magnus. Nick had Magnus eerder uit het bedrijf gewerkt door hem in een instelling te laten opsluiten. Het spel van Magnus, ‘The One Game’, betrekt niet alleen Nick, maar ook iedereen die hij kent.

The One Game heeft een wat onwerkelijk karakter en het is tot aan het eind onduidelijk hoe de gebeurtenissen zullen verlopen. Ook de rol van de deelnemers aan het spel is steeds onduidelijk: doet een personage nu mee aan The One Game, of niet? In de film worden veel Keltische invloeden zoals muziek en kleur gebruikt. De serie leent overduidelijk invloeden van de Koning Arthur legende, met een mes dat in het water wordt gegooid en een vrouwenhand die uit het water omhoog komt.

Apple’s PowerBook 100 (1991)

De Apple PowerBook 100 was een door Sony samen met de design afdeling van Apple ontwikkelde en geproduceerde laptop die in 1991 op de markt werd gebracht. Het voor die tijd compacte model, fraaie formgeving, ingebouwde trackball en lange accuduur maakte het model vanaf de start mateloos populair. De PowerBook 100 had geen ingebouwd diskettestation maar had de mogelijkheid voor een optioneel bij de kopen extern diskettestation. Als de computer uitstond, werd de inhoud van het RAM geheugen op een slimme manier bewaard. Op die manier was het aan- en uitschakelen snel en raakten gegevens niet kwijt.

Apple’s iPod (2001)

Een iPod is een draagbare muziek- en mediaspeler van technologiebedrijf Apple die in oktober 2001 op de markt kwam. De iPod is succesvol geworden over de hele wereld door zijn eenvoudige ontwerp en bediening. Van de iPod zijn in de loop der jaren verschillende varianten uitgebracht, die ‘generaties’ worden genoemd. De ‘klassieke’ iPod is ongeveer zo groot als een pakje sigaretten en de eerste generatie was ongeveer even dik, de latere generaties zijn ongeveer zo dik als een potlood. Vanaf 2007 is de iPod op de achtergrond geraakt omdat de toen geintroduceerde iPhone veel van de functies van de iPod overnam.

Arecibo’s 1679 bits Where is everybody? (1974)

In 1974 stuurden we vanuit Puerto Rico een radioboodschap het heelal in met hierin informatie over het leven op Aarde: de basis voor onze wiskunde, atoomnummers van DNA-bouwstoffen, formules voor koolhydraten en een vereenvoudigde weergave van de mens. Het doel hiervan was om het eerste contact met andere werelden te leggen. De boodschap gaat er meer dan 25.000 jaar over doen om bij de eindbestemming aan te komen, dus echt praktisch is deze kennismaking nog niet.

Het versturen van een boodschap naar de sterren is onderdeel van de pogingen om de Fermi-paradox op te lossen. De Fermi-paradox is het vraagstuk dat bestaat uit aan de ene kant de hoge statistische waarschijnlijkheid van leven op andere planeten en aan de andere kant de volledige afwezigheid van contact met andere planeten. Omdat beide gegevens niet met elkaar zijn te rijmen is er sprake van een paradox: een schijnbare tegenstelling. Het formele wetenschappelijke vraagstuk wordt als volgt geformuleerd:

De grootte en leeftijd van het universum suggereren dat er veel technologisch geavanceerde buitenaardse beschavingen zouden moeten bestaan. Deze hypothese is echter inconsistent met het ontbreken van gevonden bewijs dat deze stelling ondersteunt.

Omdat het heelal zo groot is en er daarom miljoenen mogelijke planeten moeten zijn waarop leven mogelijk is, zouden we allang contact gehad moeten hebben gehad met ‘aliens’. Echter, dat lijken we niet te hebben. In termen van oplossingen voor deze paradox wordt gedacht aan de volgende richtingen:

  • buitenaards leven bestaat niet en wij zijn alleen in de kosmos
  • buitenaards (intelligent) leven bestaat wel maar heeft tot op heden nog nooit contact gelegd met de aarde
  • buitenaards leven heeft in het verleden of het heden inderdaad al op enigerlei wijze contact gelegd met de aarde
  • buitenaards (intelligent) leven is zich allang bewust van ons maar heeft geen interesse in de mens en zijn technologie of wil geen contact met ons

Vooral de tweede richting is voor ons van belang. Als buitenaards leven geen contact legt met de aarde, ondanks het feit dat leven op veel planeten miljoenen jaren eerder kan zijn ontstaan, dan kan de verklaring hiervoor zijn dat leven na een bepaalde tijd uitsterft en dat er voor iedere vorm van intelligent leven sprake is van een Grote Barrière die voorkomt dat leven zich buiten de eigen planeet en zonnestelsel vestigt. Dat laatste zou niet leuk zijn voor ons.

Externe links

Philips’ 22AR774 Radio Recorder (aka Boombox) (1974)

Een boombox is een draagbare stereo radio met opnamemogelijkheid, gevoed door batterijen of accu’s en normaliter in staat om een behoorlijke geluidsdruk in stereo weer te geven. De boomboxen kwamen in het begin van de jaren ’70 op in Amerika, waar welhaast iedere jongeling met een luidruchtige stereo op z’n schouders door de straten banjerde. Dat herinner ik me nog goed, en dat je ze met twee cassettespelers had, zodat je cassettebandjes kon kopiëren. En later met een CD-speler, zodat je een goede geluidskwaliteit had. Maar welke was de eerste? Na wat onderzoek kwam ik erachter en het verbaasde me niks dat de uitvinder van de boombox onze landgenoot Philips was met de 22AR77.

Externe links

Jacques Devos’ Geniale Olivier (1969)

Mr. Kweeniewa en Geniale Olivier is een Belgische stripreeks door Jacques Devos die vanaf 1969 werd uitgegeven. Devos schreef 17 albums en ging daarna met pensioen. De stripreeks gaat over de scholier Olivier die met zijn uitvindingen elke pagina opnieuw zijn omgeving op stelten zet. Zijn leraar, meneer Kweeniewa, heeft de grootse moeite om Olivier in toom te houden. Olivier heeft een vriendinnetje, Betty, die al zijn fratsen maar niets vindt. Oliviers beste vriend heet Frits en die is met regelmaat het slachtoffer van één van Oliviers uitvindingen.

Don Lawrence’s Opkomst en ondergang van het keizerrijk Trigië (1968)

Trigië is een stripreeks van Don Lawrence, naar het scenario van Mike Butterworth. De serie heet volledig Opkomst en ondergang van het keizerrijk Trigië en verhaalt een fictieve geschiedenis die wel wat wegheeft van de geschiedenis van het Romeinse rijk, zij het dan op een andere planeet in een vergevorderde beschaving. Trigië speelt zich af op de verafgelegen planeet Elekton in het Yarna-stelsel, miljarden kilometers van de Aarde. Het verhaal begint als een ruimteschip met geschiedenisboeken van Elekton op de Aarde neerstort. Op dat moment zijn alle Trigiërs al gestorven. Het lukt een wetenschapper de taal te ontcijferen en de verhalen van Trigië voor de mensen op Aarde te ontsluiten.

Roger Leloup’s Yoko Tsuno (1971)

Yoko Tsuno is een serie stripverhalen van de Belgische tekenaar Roger Leloup. Het karakter Yoko Tsuno is in de stripverhalen een Japanse elektrotechnische ingenieur die zich moeiteloos tussen de Nederlandse en Japanse cultuur verplaatst, en ook niet vreemd is van buitenaardse culturen. Samen met haar vrienden Ben en Paul, die in de strip televisiemakers zijn, lost zij misdaden op. In de strip wordt veel aandacht besteed aan toekomstige technologieën en grootse uitvindingen. Ook komen tijd- en ruimtereizen in de stripserie voor.

In 1971 begon de serie met het stripverhaal Trio in het onbekende, waarin Yoko Tsuno kennis maakt met Ben en Paul. Samen doen ze onderzoek in een onderaardse grot en komen in aanraking met de Vineanen, een buitenaards volk dat op de Aarde is gestrand. De rest van het verhaal staat in het teken van het helpen ontsnappen van de Vineanen van de Aarde.

Nr.TitelUitgavejaar
1Trio in het onbekende1972
2Het helse orgel1973
3Vulcanus’ smidse1973
4Avonturen met elektronika1974
5Seinen voor de eeuwigheid1975
6De 3 zonnen van Vinea1976
7De grens van het leven1977
8De titanen1978
9De dochter van de wind1979
10Het licht van Ixo1980
11De tijdspiraal1981
12Prooi en schaduw1982
13De aartsengelen van Vinea1983
14De bliksem van Wodan1984
15Het kanon van Kra1985
16De draak van Hong-Kong1986
17De danseres van Bali1988
18De bannelingen van Kifa1991
19De Rheingold-Express1993
20De astroloog van Brugge1994
21De poort van de zielen1996
22De hemelse jonk1998

Amstrad’s PCW8256 (aka Schneider Joyce) (1985)

Ondanks het grote aanbod home computers in die tijd kreeg Amstrad het voor elkaar om een alles-in-een computer voor een bodemprijs in de markt te zetten die door grote hoeveelheden voorheen niet-computer-bezitters werd gekocht. De Amstrad PCW serie computers (in de rest van Europa op de markt gebracht door het Duitse Schneider als de ‘Joyce’) werd als een computer speciaal voor tekstverwerking verkocht en kwam dan ook standaard met een goede kwaliteit dot-matrix printer. De prijs van een PCW systeem was lager dan een kwart van de prijs van de goedkoopste IBM-compatibele computer in die tijd en dat had tot gevolg dat de Amstrad PCW8256 en Schneider Joyce in korte tijd uiterst populaire werden.

Uiterlijk leek de PCW8256 op een zakelijke, volledige computerset. Maar dan eentje die voor de bodemprijs van nog geen 400 pond in de winkels stond. En voor dat bedrag kreeg je een tekstverwerker met een goed leesbaar groen beeldscherm met 90 tekens op een regel, een printer, een CP/M besturingssysteem en 256KB RAM geheugen. Hiernaast kon er, met het 3 inch schijfsysteem, van verschillende leveranciers software worden gebruikt. Zo waren er de alternatieve tekstverwerkingsprogramma’s SuperWriter en WordStar die de functie van het ingebouwde LocoScript overnamen; spreadsheetprogramma’s zoals SuperCalc en Microsoft’s Multiplan; databaseprogramma’s zoals CardBox en dBase II. Ook spelletjes, in eerste instantie de CP/M gebaseerde tekstadventures maar later ook grafische spellen, vonden hun weg naar de PCW8256.

Commodore’s VIC-20 (1981)

De Commodore VIC-20 was één van de eerste home computers, voorzien van een MOS 6502 microprocessor. De computer moest worden aangesloten op een monitor of televisie. In 1982 was de VIC-20 met meer dan 750.000 verkochte exemplaren de bestverkopende computer van het jaar. Toen Commodore in 1982 met de verbeterde Commodore 64 op de markt kwam, was het al vrij snel afgelopen met de VIC-20. De VIC-20 werd tot eind 1984 geproduceerd.

De VIC-20 was een reactie op de komst van de Apple II computer, die in 1979 met het programma VisiCalc een groot publiek begon te bereiken. Commodore-baas Jack Tramiel wilde een goedkopere computer met dezelfde aantrekkingskracht als de Apple II in de markt zetten. In 1981 kwam de eerste versie van de VIC-20 op de markt. In de bijna vier jaar dat de VIC-20 op de markt was zouden er verschillende verbeteringen worden aangebracht.

In termen van beschikbare software was de VIC-20 goed bedeeld. Commodore had zelfs adventureschrijver Scott Adams ingehuurd, die verschillende tekstgebaseerde adventures schreef en die door Commodore in 16KB ROM cartridges werden verkocht. Het eerste spel genereerde al meer dan een miljoen dollar omzet.

 

Commodore VIC-20 spelcartridge van Scott Adams getiteld ‘Adventureland’

Joshua Brand en John Falsey’s Northern Exposure (1990)

Northern Exposure is een Amerikaanse televisieserie van Joshua Brand en John Falsey. De serie werd vanaf 12 juli 1990 uitgezonden met in totaal zes seizoenen. In de serie gaat New Yorker Joel Fleischman na zijn studie geneeskunde aan de slag in het plaatsje Cicely in Alaska om zo zijn studielening af te betalen, die door de bewoners op slinkse wijze aan hem is verstrekt om zo in het buitengebied de beschikking over een eigen huisarts te krijgen. Cicely blijkt een plaats waar de bewoners op geheel eigen wijze in hun bestaan voorzien. Fleischman komt daardoor vaak in bijzondere situaties terecht.

Leonard de Vries’ Het Jongens Electriciteitsboek (1941)

Leonard de Vries was een echte jeugdboekenschrijver met een voorkeur voor techniek. Vele boeken over technische onderwerpen, al dan niet in romanvorm, kwamen van zijn hand. Zo ook Het Jongens Electriciteitsboek uit 1941, uitgegeven door de toen kersverse uitgeverij De Bezige Bij. De onderdrukking van Duitsland had gevolgen voor Joodse schrijvers en De Vries gebruikte daarom het pseudoniem Fred Hagenaar om toch zijn boeken te kunnen blijven publiceren. Bij de eerste druk staat echter nog zijn echte naam op de omslag en het pseudoniem binnenin; waarschijnlijk was de omslag al gemaakt.

Dit boek staat bol van de technologische hoogstandjes, afgemeten aan de stand van de techniek in die tijd. Niet alle ideeën en schakelingen in het boek waren echter allemaal even uitvoerbaar of veilig. De Vries leek soms beter met de pen dan met de soldeerbout; er zaten voldoende onderwerpen in het boek die bijna garant leken te staan voor ernstige ongelukken, zou de lezer daadwerkelijk overgaan tot het uitvoeren van de voorgestelde experimenten. Ik herinner me een schakeling voor het maken van een eigen X-ray lamp, waarmee je de botten van je hand zou kunnen zien..

Later zou landgenoot Chriet Titulaer evenveel jongelingen interesseren voor nieuwe uitvindingen, zij het dan met veiliger onderwerpen.

Ik kreeg mijn exemplaar van mijn vader ergens rond 1977. Hij zal het in zijn jeugd gekregen hebben, misschien op zijn 10e of 11e verjaardag.

1941 – 1e druk (groene linnen band)
1941 – 2e druk (groene linnen rug, bedrukte kartonnen voor- en achterzijde)

Steven Bochco en Michael Kozoll’s Hill Street Blues (1981)

Hill Street Blues is een Amerikaanse televisieserie uit 1981 over het reilen en zeilen van een fictief districtspolitiebureau die in Nederland door de NCRV werd uitgezonden. De serie heeft grote invloed gehad op de manier waarop televisieseries gemaakt werden. Zo bestond iedere aflevering uit een aantal verhaallijnen die door elkaar heen liepen. Sommige werden binnen de aflevering afgehandeld, sommige liepen door over meerdere afleveringen. Ook werden politieagenten als normale, hardwerkende mensen geportretteerd, waarbij de producers veel moeite deden om de achtergronden goed uit te diepen. Als kijker had je bijna het gevoel naar een realityserie te kijken. De kenmerkende begintune was van Mike Post, die later ook de muziek van veel andere televisieseries zou maken.

Paul Fusco’s Alf (1986)

Alf is een Amerikaanse komische televisieserie van Paul Fusco die van 1986 tot 1990 op de Nederlandse televisie was. De serie werd uitgezonden door de TROS, RTL5 en Veronica. De serie draait om Alf, een buitenaards wezen van de planeet Melmak die met zijn ruimteschip van zijn planeet is gevlucht omdat die op het punt van ontploffen stond. Zijn schip stort neer in de garage van de familie Tanner, een middenklasse familie met sociaal werker Willie (Max Wright), zijn vrouw Kate (Anne Schedeen) en hun kinderen Lynn (Andrea Elson) en Brian (Benji Gregory). Omdat Alf niet terug kan naar zijn thuisplaneet wordt hij opgenomen in het gezin Tanner. De kat van de familie, Lucky genaamd, is zijn leven sindsdien niet meer zeker aangezien katten een delicatesse zijn op Melmak.