Jukka Setälä’s Fatboy (1998)

Het Nederlandse merk Fatboy verkoopt comfortproducten over de hele wereld maar staat nog steeds vooral bekend om de iconische Fatboy zitzak. Hoewel de zitzak door het Nederlandse Fatboy wordt verkocht is het geen oorspronkelijke Nederlandse vinding: de Finse Jukka Setälä ontwierp de met piepschuim balletjes gevulde zitzak in 1998 en verkocht het alleenrecht aan de Nederlander Alex Bergman, die er in 2003 een bedrijf omheen oprichtte en de zitzak uitbouwde tot een breed assortiment van lifestyle producten.

Jukka Setälä is een Finse intereurontwerper die voornamelijk als freelancer diverse meubelstukken en lampen heeft ontworpen. Zijn beroemdste ontwerp is echter zonder twijfel de Fatboy the Original, waarvan hij het ontwerp in 2003 aan Alex Bergman zou verkopen. Setälä baseerde het ontwerp van de Fatboy op een reeds bestaand product: de Sacco bean bag zitzak ontworpen door Piero Gatti, Cesare Paolini en Franco Teodoro en sinds 1969 geproduceerd door het Italiaanse bedrijf Zanotta. Gatti en co ontwikkelden de bean bag zitzak toen ze merkten dat hun medewerkers tijdens hun pauzes op zakken met piepschuim zaten. Setälä transformeerde de peervormige Sacco naar een rechthoekige vorm die beter in iedere inrichting past en ontwikkelde een klittenband sluiting die de piepschuimballetjes binnenhoudt maar onzichtbaar is bij normaal gebruik. Het materiaal waarvan de Fatboy the Original is gemaakt is een zware nylon stof in diverse uitbundige maar toch stijlvolle kleuren.

Carl Weller’s Magnastat (1960)

Elektrische soldeerapparaten zijn er sinds 1920, maar in 1941 ontwikkelde de Amerikaan Carl E. Weller een soldeerpistool met een transformator die snel op temperatuur kwam en ook snel weer afkoelde. Een patent hiervoor kreeg hij in hetzelfde jaar en Weller startte een bedrijf dat zijn uitvinding fabriceerde en verkocht. In 1960 verkreeg Carl Weller een patent op de magnetisch-elektrische temperatuurregeling die hij Magnastat noemde en waarmee hij elektrische soldeerbouten klein en met een stabiele punttemperatuur kon fabriceren. Het mechanisme wordt nog steeds gebruikt in de Weller WTC soldeerbouten.

Soldeertin in de elektrotechniek en elektronica bestaat uit een mengsel van metalen die gezamenlijk een smelttemperatuur hebben in een vrij specifiek bereik. Het over- of onderverhitten van soldeertin heeft tot gevolg dat de tin verbrandt of een slechte verbinding maakt. Maar afhankelijk van de omvang van de te solderen materialen is er meer of minder elektrische energie nodig om tot de gewenste soldeertemperatuur te komen. Eerdere soldeerbouten zonder temperatuurregeling konden slechts door ervaren gebruikers worden toegepast. Een vaste temperatuur maakte het werken met een soldeerbout praktischer en trefzekerder en de eerste Magnastat soldeerbouten hielden binnen een klein bereik een temperatuur aan van 315 graden Celcius, of 600 graden Fahrenheit.

Samuel Meijering’s Rolykit (1973)

De Rolykit is een zeshoekig oprolbaar opbergsysteem. Het werd in 1973 bedacht door de cineast Samuel Meijering. Meijering werd bij het werk aan een filmscript afgeleid door de rommel op zijn bureau. Hij ging nadenken over een oplossing, en sloeg vervolgens aan het tekenen. Ten slotte knutselde hij zelf het ontwerp van karton in elkaar. Met zijn ex-klasgenoot van de filmacademie Gied Jaspars richtte Meijering het bedrijfje Golden Inventions op, dat de rechten van de Rolykit voor 1 miljoen gulden verkocht aan de producent Van der Molen. Er werden wereldwijd 17 miljoen exemplaren van verkocht.

De Rolykit kun je in één keer uitrollen, terwijl in alle vakken van deze opbergdoos de inhoud gewoon op zijn plek blijft. Het geheim van de Rolykit is dat bij het uitrollen ieder opbergvakje pas toegankelijk wordt als het plat op de ondergrond ligt. Bij het oprollen wordt de bodem van het ene vak het deksel van een ander vak. Na de Rolykit bedacht Meijering een zwenkwiel zonder dood punt. Tijdens de octrooiprocedure bleek dat deze vinding ooit al was gedaan, opgekocht door een multinational en nooit in productie genomen.

Een andere vinding van Meijering was het softwareproduct Rostar, een programma voor schoolroosters en -planningen. Een ander belangrijk product van Meijering’s softwarehuis Paralax was ParaShape, een animatieprogramma. ParaText was in 1984 één van de eerste tekstverwerkers waarmee verschillende fonts op matrixprinters konden worden afgedrukt. En hoewel niet succesvol was Book One een programma waarmee tekst, afbeeldingen, animaties en ordening door leken gemaakt kon worden. Het is niet onmogelijk dat het bestaan van Book One een rol heeft gespeeld bij het latere HyperText, waarvan het concept nu door iedereen in de vorm van gelinkte webpagina’s wordt gebruikt.