Creative Technology’s Sound Blaster

Toen de IBM PC in 1981 op de markt kwam had deze hele beperkte geluidsmogelijkheden. Een ingebouwde luidspreker produceerde een luide ‘piep’ bij het opstarten en softwaretoepassingen maakten hier gebruik van om de gebruiker alert te maken op bijzondere situaties. De enkele ‘piep’ was echter niet opgewassen tegen de geluidsmogelijkheden van de meer geavanceerde home computers zoals de Commodore Amiga of de spelcomputers die in die tijd populair waren. Verschillende fabrikanten sprongen in dit vacuum met interne en externe geluidsoplossingen die op verschillende technieken waren gebaseerd, van externe digitaal-analoogomzetters die via de parallelle poort werkten, tot uitbreidingskaarten met speciale FM-synthesischips zoals de AdLib. Geen van de oplossingen had een groot marktaandeel of grootschalige softwareondersteuning. Deze situatie veranderde echter voor het grote publiek definitief met de Sound Blaster uitbreidingskaart voor de IBM PC, waar Microsoft de ‘Multimedia PC’ standaard op zou baseren die vanaf dat moment als standaard zou gaan gelden.

De Sound Blaster 1.0 had een 11-stemmige FM-synthesizer die gebruik maakte van de Yamaha YM3812-chip, ook bekend als OPL2. Creative gebruikte het acroniem “DSP” om het digitale audiogedeelte van de Sound Blaster aan te duiden, dat bestond uit een eenvoudige microcontroller uit de Intel MCS-51-familie.

Hewlett Packard’s HP-20S

De HP 20 S (de schrijfwijze van het model verschilt tussen op het apparaat zelf en in de handleiding) is een programmeerbare wetenschappelijke rekenmachine die Hewlett Packard vanaf 1989 produceerde. Het apparaat is in vergelijking met hedendaagse rekenmachines in niets opvallend: een zwarte plak plastic met een kristallenscherm en een hoop toetsjes met gekleurde tekstjes. Maar dat is dan ook gelijk één van de opvallendste kenmerken: dat een apparaat van al meer dan 22 jaar oud zo onopvallend is. Onder de motorkap was het echter wel degelijk een bijzondere vinding die ook vandaag de dag nog fijn werkt.

De 20 S is om verschillende redenen ook nu nog een fijne rekenmachine om mee te werken. Het display is niet grafisch maar van een uitgebreid getallen-type met een instelbaar contrast én een instelbare weergave van het decimaalteken, in Nederland een komma. Je kunt net als iedere wetenschappelijke rekenmachine het aantal cijfers achter de komma instellen en, dit in tegenstelling tot eerdere modellen, berekeningen volgen het natuurlijke verloop in ‘2 x 21 =’, in plaats van de bij HP gangbare ‘2 21 x’. De rekenmachine is oerdegelijk, heeft gemakkelijk klikkende toetsen, is redelijk bestand tegen water en stof en komt, als je bij de aanschaf een beetje verder in de buidel tastte, in een degelijke kunststof doos.

De rekenmachine is voorzien van alle wiskundige en wetenschappelijke functies die je kunt bedenken, en kan ook schakelen tussen binair, octaal, decimaal en haxadecimaal. Het omrekenen tussen getalstelsels en het kunnen rekenen in binair of hexadecimaal maakt het apparaat een handig tool die ook tegenwoordig nog altijd op mijn bureau te vinden is.

De handleiding komt in spiraalbandvorm en is duidelijk maar toch compact. Het bevat alle voorbeelden en uitleg die je maar kunt wensen en leert de gebruiker programmeren met de rekenmachine. Het programmeren is in de vorm van toetsaanslagen, maar subroutines en herhalingen behoren tot de mogelijkheden. Er zijn vijf programma’s mogelijk, die elkaar kunnen aanroepen. Om met toetsaanslagen te kunnen programmeren zijn er extra functies om uitkomsten van tussenberekeningen om te wisselen met een nieuw getal, opslag in registers en het vragen om invoer. Dikke prima, goed werkbaar in het nu en knap staaltje werk voor een retro-apparaat van deze leeftijd.

Hewlett Packard’s HP 95LX

Twee jaar nadat Atari met de Portfolio de markt klaar had gemaakt voor Microsoft DOS-compatible palmtop computers bracht Hewlett Packard de HP 95LX uit. De HP 95LX had MS-DOS versie 3.22 aan boord, in plaats van Atari’s DIP DOS dat grotendeels compatible was met MS-DOS 2.20. Ook maakte de HP 95LX gebruik van het gestandaardiseerde PCMCIA, in plaats van de minder gangbare Bee Card. Het beeldscherm was een monochroom 40 tekens-bij-16-regels LCD zonder achtergrondverlichting. Standaard werd De Lotus 1-2-3 spreadsheet meegeleverd, wat de HP 95LX een must-have digitale assistent maakte voor iedereen die bedrijfsmatig met getallen en bedragen werkte.

Hoewel MS-DOS 3.22 was ingebouwd, betekende dit niet dat alle DOS programma’s die waren bedoeld voor 3.22 op de 95LX wilden draaien: het kleine scherm maakte dat lastig. Veel programma’s waren echter prima te gebruiken en er ontstond al snel een keur aan programmeer- en conversietools die het leven van de 95LX-gebruiker vereenvoudigden.

Intern was de HP 95LX een toonbeeld van degelijke eenvoud: een printplaat met voor die tijd geavanceerde VLSI chips, een aparte printplaat voor wat resterende analoge elektronica, een behuizing in enkele onderdelen en een eenvoudig maar goed afleesbaar monochroom scherm dat later door veel gebruikers zelf voorzien zou worden van een achtergrondverlichting, een groot deel van de voordelen van afleesbaarheid en batterijduur teniet doend.

Hoewel het nu moeilijk is voor te stellen was de HP 95LX een vooruitstrevend product dat in grote aantallen werd verkocht. Voor veel mensen was de HP 95LX een uitstekende computer ‘voor erbij’ en in deze periode, waarin het internet nog niet bestond en de verbinding met andere computers via modems en seriële poorten werd gelegd, was er niets op de markt dat suggereerde dat 20 jaar later iedereen met een telefoon-internetwebbrowser-muziekspeler op zak zou lopen.

Externe links

Economatics’ BBC Buggy

Fischertechnik en computersoftware vormden een ideaal stel in de beginjaren van het computerhobbyisme. Veel natuurkundeleraren maakten van deze combinatie een interessante toevoeging voor menig schoolcurriculum en de BBC Buggy (met software-op-audiocassette voor de Acorn BBC Micro computer) vormde hiervan een absoluut hoogtepunt. Fotogeniek en veelbelovend, de kit werd duizenden keren verkocht en nog vaker als hoofdrolspeler in een boek of tijdschrift afgebeeld.

De BBC Buggy was een bouwpakket dat bestond uit diverse Fischertechniek-onderdelen, stappenmotoren, een aansturingsprintplaat en een lang eind flatcable. De aansturing kon in principe met de meeste van de in die tijd beschikbare home computers, hoewel de meegeleverde handleiding en software bedoeld was voor de populaire (want in een BBC televisieprogramma gebruikte) Acorn BBC Micro computer.

Het aansturen van ‘hardware’ vanuit een computer had een hoog experimenteergehalte in de jaren ’80 en de experimenten waren niet geheel zonder risico voor de gebruikte computer. Interfaceboards met optische scheiding tussen de elektrische circuits van computer en aangesloten hardware waren een must. De kit van Economatics voorzag hierin, en de aansluiting tussen de BBC Buggy en computer werd met een lange, flexibele regenboogkabel uitgevoerd. De onderdelen van de bouwdoos moesten aan de hand van de meegeleverde handleiding met een schroevendraaier en een mini dopsleuteltje in elkaar worden gezet, hetgeen voor de gebruiker al gelijk een flinke dosis voorpret betekende. De software hielp met testen of de kit goed was geassembleerd en verschillende programma’s lieten het karretje met de toetsen van de computer besturen. De magie van het aansturen van hardware met een computer was veelsprekend, ook als was het ook voor het ongeoefende oog duidelijk te zien hoe de techniek in elkaar zat.

Externe links

Apple’s transitie van PowerPC naar Intel

De Apple Macintosh in 2005 had een PowerPC microprocessor waarop het Mac OS X 10.4 Tiger draaide. Tijdens de Worldwide Developers Conference in 2005 kondigde Steve Jobs aan dat er een transitie zou gaan plaatsvinden van de Freescale PowerPC processoren naar Intel Pentium microprocessoren. De belangrijkste redenen hiervoor waren snelheid en energieverbruik: de Pentium processoren waren aanzienlijk krachtiger dan de PowerPC processoren bij een lager stroomverbruik. En hoewel bij de aankondiging nog 2 jaar werd genoemd, ging de feitelijke transitie veel sneller en waren in 2007 de meeste Macs met een Intel processor verkrijgbaar.

De transitie van PowerPC had verstrekkende gevolgen. Zo moest Apple het besturingssysteem OS X geschikt maken voor een andere processor, moest nieuwe hardware ontwikkeld worden, moesten de ontwikkelaars voorzien worden van tijdelijke Intelgebaseerde Macs om hun software om te kunnen zetten naar de nieuwe architectuur, moesten de developers voorzien worden van alle tools om dit voor elkaar te krijgen en moest gezorgd worden voor een voorziening dat niet alle bestaande Macs ineens onbruikbaar zouden worden.

Apple had de transitie echter goed voorbereid en had zelf in het grootste geheim al jaren een versie van OS X in gebruik die op Intel was gebaseerd. Developers kregen daarom bijna direct de beschikking over Intel hardware en de tools die nodig waren om hun software om te zetten. Apple had een speciale simulator gemaakt, Rosetta, die PowerPC programma’s liet uitvoeren op een Intel microprocessor. Deze simulator maakte de programmaverwerking van oudere programma’s langzamer, maar door de extra snelheid van de Intel processoren was het netto effect een gelijke verwerking als op de oude PowerPC microprocessoren.

De transitie van PowerPC naar Intel was overigens niet de eerste keer dat Apple een verandering van de CPU architectuur doorvoerde: eerder was al overgegaan van de 68000 processor van Motorola naar de PowerPC van IBM.

Atari Portfolio

Een 40×8 tekens 240×64 pixel zwart-wit beeldscherm zonder achtergrondverlichting maar met DIP DOS 2.11, grotendeels compatibel met de zojuist uitgebrachte IBM PC. DIP DOS? Jazeker, DIP, voor DIP Research uit Surrey, Engeland. De rol van Atari was rebranding en marketing en de Atari Portfolio haalde het tot in de filmindustrie, als hackertool in Terminator 2: Judgment Day. Een paar honderd uur op drie AA batterijen en met het grootste gemak Turbo Pascal 3 in je tas meenemen. Er was een hoop goeds te zeggen over de Atari Portfolio.

De Atari Portfolio was de eerste palmtop-personal-computer: een IBM PC compatible computer die in de palm van je hand paste. Voor 1989 was dat een knappe prestatie, zeker voor een relatief klein bedrijf uit Surrey. DIP Research verkocht het recht om haar Pocket PC te produceren aan Atari, die er nog datzelfde jaar een grote hit van maakte als de Atari Portfolio. Diverse programma’s op ROM cartridges (want, Atari) waren beschikbaar, maar met een beetje moeite kon je duizenden DOS programma’s draaien, zolang die maar netjes BIOS-compatible waren geprogrammeerd.

Sony Viao P-series

De in 2009 door Sony geïntroduceerde Viao P-series zijn kleine draagbare computers die veel ontwerpelementen van de Sony PlayStation Portable hebben overgenomen. Uitgerust met een Intel Atom Intel Atom Z520 en met 2 GB werkgeheugen zijn het geen krachtpatsers. Het 8″ breedbeeldscherm van 1600×768 pixels kan niet opboksen tegen een huidige generatie smartphone. Maar de uitstraling van deze Sony minicomputers, die Windows Vista vanaf de fabriek meekregen en volgeplempt waren met Sony rommelware, valt niet te miskennen.

De Intel Atom Z520 is een single-core, dual thread microprocessor die draait op 1,33 GHz. Alle extra’s is van de processor weggehaald en wat overblijft is een efficiënte, maar niet al te snelle, energiezuinige bouwsteen die door Sony is gebruikt om een ventilatorloze computer te maken die meer punten voor uitstraling dan voor performance zal krijgen. Maar om de Viao P een slome computer te noemen gaat dan ook weer te ver: uitgerust met een snelle SSD doen normale kantoorapplicaties onder Windows 7 of 10 het prima en het kleine scherm heeft een voldoende hoge resolutie om scherpe beelden te tonen. Met ingebouwde wifi en bluetooth zit het wel goed met de connectiviteit.

De kleine computer leent zich uitstekend als Linux portable; Ubuntu Linux versie 9.04 schijnt het goed te doen en ook de Debian-gebaseerde Linux Mint schijnt goede resultaten te geven.

Externe links

Commodore’s PET 2001

In 1977 kwam Commodore met de PET 2001 op de markt: een plaatstalen machine met ingebouwde monitor en audiocassettespeler en een minderwaardig rubber toetsenbord. De uitstraling van de machine kwam rechtstreeks uit de science fiction films waar de PET met haar vormgeving en ‘2001’ naar refereerde en er was zoveel vraag naar de computer dat de leveringen maanden op zich lieten wachten.

1977 was een bijzonder jaar in de computergeschiedenis, waarin de drie oorspronkelijke home computers het licht zagen: de Commodore PET-2001, de Apple II en de Radio Shack TRS-80.

Commodore was gespecialiseerd in typemachines en was juist gestopt met de productie van rekenmachines. Oprichter en ondernemer Jack Tramiel had zijn oog laten vallen wat volgens hem een logisch vervolg op de rekenmachines was: kantoorcomputers. Nog voordat de eerste Commodore computer op de markt verscheen had Tramiel MOS Technology overgenomen, om zeker te stellen dat er voldoende voorraad microprocessoren zou zijn. Ook kwam zo chiptovenaar Chuck Peddle in dienst van Commodore. Peddle zette zijn schouders onder het ontwerp en vanaf 1977 was Commodore een computerbedrijf.

De PET 2001, met een enkele MOS Technology 6502 microprocessor die al het werk in de computer moest doen, van ontcijferen van het toetsenbord tot en met het aansturen van het beeldscherm, werd goed ontvangen. Er regenden echter klachten over het toetsenbord en in 1979 kwam Commodore uit met de PET 2001-N, waarbij de ‘N’ stond voor ‘new’. De ingebouwde cassettespeler was vervallen om ruimte te maken voor een numeriek deel van het toetsenbord en de PET had nu de tekst ‘professional computer’ op de voorzijde. Aan de binnenkant was de techniek geüpgraded om gebruik te kunnen maken van floppy drives en hard drives, die in grote uitbreidingsdozen in de buurt van de computer gestald moesten worden.

Commodore PET 2001-N ‘professional computer’ met floppy drives

Apple II

De Apple II was één van de drie oorspronkelijke ‘home computers’ die in 1977 op de markt verscheen, naast de Radio Shack TRS-80 en de Commodore PET. Door de invloed van kwaliteitsbewuste Steve Jobs en technisch brein Steve Wozniak had de Apple II een paar strepen voor op de TRS-80 die de Apple II helpen om op de bureau’s van iedere boekhouder, universitair student en vermogende particulier te landen.

De Apple II had intern een MOS Technology 6502, een 8-bits microprocessor die ook de Commodore PET zou aandrijven. De hardware van de Apple II was een slimme mix van technische oplossingen en opties voor toekomstige uitbreidingen, wat de computer een lange adem gaf in de concurrentiestrijd die na 1977 zou losbarsten. In de loop van 1979 kwam het programma VisiCalc voor de Apple II op de markt. VisiCalc was het eerste programma dat een elektronische spreadsheet op een computer mogelijk maakte. Het programma was een directe hit op de Apple II en de verkopen van de Apple II gingen hand-in-hand met het succes dat het programma VisiCalc bij kleine en middelgrote ondernemingen zou hebben.

Sinclair’s Scientific calculator

Toen het Amerikaanse Hewlett-Packard in 1972 de wetenschappelijke HP-35 rekenmachine introduceerde had dat de volledige aandacht van Engelse rekenmachinemaker Clive Sinclair. Deze had even daarvoor in Europa de zeer succesvolle Sinclair Executive rekenmachine uitgebracht, die gebruik maakte van een Texas Instruments TMS1802 ‘calculator on a chip’. Deze chip was niet geschikt voor wetenschappelijke berekeningen, aldus de ingenieurs van Texas Instruments. “Maar wat weten zij daarvan”, moeten Clive Sinclair en wiskundeknobbel en programmeertovenaar Nigel Searle gedacht hebben toen ze de Sinclar Scientific ontwikkelden.

Clive Sinclair was zijn hele leven al bezig met het ontwikkelen van betaalbare gadgets door slimme circuits te ontwikkelen die gebruik maakten van minder componenten dan daarvoor, of onderdelen te gebruiken die in een fabricageproces waren afgewezen, maar nog voldoende goed werkten om ze in andere apparaten te gebruiken. Gecombineerd met de kennis en vaardigheden van Nigel Searle resulteerde in een stroom van slimme rekenmachines die gebruik maakten van de zojuist uitgekomen TMS1802 processor van Texas Instruments. De marge op die rekenmachines was enorm en Sinclair kon dan ook rekenen op een imposante jaaromzet.

Toen HP dan ook uitkwam met de wetenschappelijke HP-35 zag Clive Sinclair zijn kans om een goedkopere, zij het functioneel veel mindere, variant te maken met een aanpassing van de TMS1802. En zo geschiedde: Sinclair en Searle ontwikkelden een programma voor de TMS1802 die door Texas Instruments werd verpakt in een TMS0805. De Sinclair Scientific was een feit.

Externe links

Seagate’s ST-225 20MB harde schijf

De ST-225 was één van de eerste ‘harde schijven’ in een 5,25″ vormfactor die Seagate op de markt bracht en mogelijk het bestverkopende product aller tijden. Het was een betaalbaar, betrouwbaar en eenvoudig installeerbaar product dat zowel in OEM (als harde schijf in computers van ondermeer IBM, Tulip en Compaq) als in de detailhandel als los component succesvol was. Met 20MB aan opslagruimte voldeed het volledig aan de opslagbehoefte van de toenmalige professional en veeleisende computerhobbyist.

In de begindagen van de IBM PC XT en ‘compatibelen’ werden gegevens opgeslagen op ‘floppy disks’, vierkante enveloppe-achtige voorwerpen met een ronde, flexibele magnetische schijf aan de binnenkant. De opslagcapaciteit hiervan was 360kB. Een harde schijf van 20MB had daarmee de capaciteit van meer dan 50 floppy disks.

De Seagete ST-225 kon eenvoudig door een hobbyist in zijn of haar computer worden ingebouwd. De ruimte hiervoor was altijd aanwezig. Het benodigde montagemateriaal en een eventuele computer uitbreidingskaart werd gekocht in de detailhandel, of op de HCC-dagen.

IBM PC XT toetsenbord

Bij de introductie van de PC kwam IBM niet alleen met een degelijke, zij het saaie, computerkast met legio uitbreidingsmogelijkheden, maar ook met een professioneel ogend en goed werken toetsenbord waar geen enkele besparing op was losgelaten. Iedere toets was een elektromechanische schakelaar, ontwikkeld om decennia lang onderhoudsvrij z’n werk te doen. Hoewel er voor- en tegenstanders waren van dit toetsenbord (de tegenstanders hadden ondermeer moeite met het geluidsniveau van de mechanische schakelaars), staat de kwaliteit van dit toetsenbord, ook 40 jaar later, nog steeds buiten kijf.

Het IBM PC XT toetsenbord heeft 83 toetsen, waaronder een numeriek deel. De indeling van het toetsenbord was deels afgestemd op de toenmalige software, en deels geïnspireerd door was IBM voor hun mainframe besturingssystemen gebruikte. De indeling is nu, 40 jaar later, nog steeds de defacto standaard voor IBM PC compatible computers, die we tegenwoordig ‘Windows computers’ zouden noemen.

Sierra’s Johnny Castaway screensaver

Johnny Castaway was een schermbeveiligingsprogramma dat werd gebruikt om de informatie op een computerscherm af te schermen als de eigenaar er even geen gebruik van maakte. Andere schermbeveiligingsprogramma’s deden het scherm vaak uit, of lieten een tekst zien waarop te lezen viel dat de eigenaar van de computer even ergens anders was. Johnny Castaway veranderde dat en liet een zich langzaam ontvouwend schouwspel zien waarin een drenkeling is aangespoeld op een klein onbewoond eiland en hier vanaf wil ontsnappen.

Johnny Castaway werd ontwikkeld door Sierra On-Line in 1992 en noemde zichzelf “’s werelds eerste verhalend schermbeveiligingsprogramma”. Het schermbeveiligingsprogramma beeldt een man uit, Johnny Castaway, die is gestrand op een klein eilandje waarop een enkele palmboom staat. Het vertelt een langzaam ontvouwend verhaal met veel herhalingen. Met regelmaat zien we hoe Johnny vist, zandkastelen bouwt en met regelmaat een rondje rent, terwijl andere gebeurtenissen minder vaak getoond worden, zoals een passerende zeemeermin, of een zeemeeuw die Johnny’s zwembroek steelt. Johnny staat met regelmaat op het punt om gered te worden, maar om onfortuinlijke redenen gaat dat altijd net niet door. Johnny Castaway laat op verschillende momenten in het jaar relevante extra’s zien, zoals een ‘Happy New Year’ vlag of een kerstboom.

Externe link

Hewlett-Packard’s HP-35

De HP-35 was Hewlett-Packard’s eerste rekenmachine en de eerste wetenschappelijke zakrekenmachine ter wereld. De introductieprijs ervan was in 1972 $395, wat een kleine €2000,- zou zijn in 2018. De HP-35 werkte volgens de ‘Reverse Polish Notation’, waarin eerst de getallen en dan de berekeningswijze wordt ingevoerd: 33 12 + levert dan het antwoord 45. Het hart van de HP-35 werd gevormd door de speciaal voor Hewlett-Packard vervaardigde MK6020 chip van Mostek, een bedrijf dat vanuit Texas Instruments was gevormd.

De HP-35 had een helder 15-cijferig led-display met ruimte voor een drijvende komma getal van 10 cijfers, plus een exponent. De wetenschappelijke functies waren sin, arc sin, cos, arc cos; tan, arc tan, log10x, logex, ex, 1/x, √x, xy en de waarde van π.

Opvolgers van de HP-35 waren o.a. de HP-45, de HP-65 (programmeerbaar), de HP-55, de HP-67 en de HP-80.

Iomega Zip drive

De Zip die door Iomega in 1994 werd geïntroduceerd was een verwisselbare schijf die wel iets weg had van de 3,5 inch diskette van 1,44 MB die in die tijd veel voor het uitwisselen van programma’s en data werd gebruikt. De Zip kon echter 100 MB aan gegevens opslaan, later zelfs 250 en 750 MB. Het vormde een uitkomst voor het uitwisselen van grote hoeveelheden data. Het ontwerp had een grote fout, die ervoor zorgde dat veel eigenaren van een Zip drive vroeger of later geconfronteerd werden met een onleesbare schijf en een klikkende Zip drive, hetgeen the Click of Death werd genoemd.