Research In Motion’s BlackBerry (1999)

Research In Motion produceerde al eenrichting-oproepsystemen (‘pagers’) die gebruik maakten van GSM sinds 1984 maar raakte pas bij het grote publiek bekend toen ze in 1999 de BlackBerry 850 op de markt zetten. De 850 was een bidirectionele pager met email functionaliteit die gebruik maakte van het 2G GSM netwerk. RIM produceerde het apparaat, het besturingssysteem, de applicaties en de aanvullende diensten en bracht met regelmaat nieuwe apparaten met meer mogelijkheden uit. In de volgende jaren zou RIM met dit totaalconcept de concurrentie van US Robotics, Palm, Handspring en Treo op een ruime afstand weten te houden.

RIM ontwikkelde in 1989 een toegangspoort genaamd RIMGate waarmee het bedrijven kon voorzien van een schaalbaar X.25 radionetwerk voor telecommunicatie. Later zouden ze deze technologie laten versmelten met TCP/IP gebaseerde internettechnieken. Vanaf 1995 gebruikte RIM eigenontwikkelde radio modems in haar pagers waarmee later ondermeer draadloze verbindingen met het internet gemaakt konden worden om email op te halen of webpagina’s te bekijken. Vlak na de introductie van de RIM BackBerry email diensten in 1999 zag de eerste RIM ‘communicator’, de 850, het licht. De vraag naar dit kleine, handzame apparaat waarmee uitsluitend tekstberichten in de vorm van email of eenvoudige webpagina’s konden worden gelezen, explodeerde vanaf de dag van de introductie.

De ‘BlackBerry’ was niet veel meer dan een bidirectionele pager met email en wat beperkte HTML-functionaliteit. Intern had de 850 een Intel 80386 microprocessor en 4 MB aan werkgeheugen en maakte gebruik van RIM’s eigen radiomodem. Het kon niet als telefoon worden gebruikt, maar het gaf gebruikers wel iets wat ze nog nooit eerder hadden gehad: een ‘always-on’ verbinding waarmee ze konden synchroniseren met Microsoft Exchange en waar ook ter wereld in verbinding met hun collega’s en het thuisfront konden blijven. In de begintijd heette de 850 nog geen BlackBerry en de 850 was alleen beschikbaar voor ondernemingen die gebruik maakten van Microsoft Exchange. Geen van beide factoren deed echter afbreuk aan de 850 als statussymbool: de personen die een BlackBerry 850 gebruikten hadden het gevoel dat ze het hadden gemaakt.

BlackBerry was een van de meest prominente smartphonemerken ter wereld, gespecialiseerd in veilige communicatie en mobiele productiviteit, en bekend om de toetsenborden op de meeste van hun apparaten. Op het hoogtepunt in september 2013 waren er wereldwijd 85 miljoen BlackBerry-abonnees. BlackBerry verloor echter zijn dominante positie in de markt door het succes van de Android- en iOS-platforms en ging in 2016 failliet.

Nokia’s 6600 (2003)

De Nokia 6600 was in 2003 het meest geavanceerde telefoontoestel dat Nokia ooit op de markt had gebracht, met Psion’s Symbian besturingssysteem, een menustructuur op een kleurenscherm met achtergrondverlichting, een ingebouwde camera en bluetooth. Je had een staaltje techniek in je handen waar je van kon aflezen waar de techniek en vooral de telefoondominatie van het Finse Nokia heen zou gaan, als Apple zich er in 2007 niet tegenaan zou bemoeien met de iPhone. Met een verkoopprijs van €600,- voelde het apparaat nog niet eens verschrikkelijk overprijsd voor al die mooie features, waaronder een mogelijkheid tot het afspelen van muziek vanaf een SD geheugenkaartje. Er zouden 150 miljoen exemplaren van verkocht worden.

Sinclair’s The Black Watch (1975)

Clive Sinclair was twee jaar te laat met het uitbrengen van zijn Black Watch en toen de eerste exemplaren in handen van de consument kwamen werkten ze vaker niet dan wel. Maar wat moeten technische-gadget-liefhebbers een fantastische tijd hebben gehad met de vindingen die hun held Clive met regelmaat op de markt bracht. De Black Watch was een technisch hoogstandje die je in een mooie bewaardoos kon kopen, maar ook als bouwpakket zelf in elkaar kon solderen.

In 1975 kwamen de eerste lcd-horloges van Casio en Timex op de markt, die goedkoper geproduceerd konden worden dan led-horloges en veel langer (jaren, in plaats van dagen) met batterijen deden. Toen de Black Watch op de markt kwam was het tijdperk van led-horloges dan ook over z’n hoogtijdagen heen. Hiernaast had de Black Watch nog wat probleempjes.

The Black Watch bestond uit een klein led display met rode cijfers, een microprocessor met klokprogramma en een behuizing met enkele schakelaars. Een paar koopcellen en een fraaie polsband maakten het product compleet. De Black Watch zag er voor die tijd modern en tijdloos uit en ook tegenwoordig zou je er niet een raar figuur mee slaan als je met een Black Watch om je pols gezien zou worden.

De advertenties van The Black Watch deden anders vermoeden dan dat The Black Watch nog geen week met de batterijen deed, de tijd niet goed bijhield en door statische elektriciteit defect kon gaan. Veel van de verkochte Black Watches werden dan ook weer teruggestuurd aan de klantenservice van Sinclair, die al gauw een backlog van twee jaar had.

Pulsar’s P2 (1973)

De Pulsar P2 was het eerste digitale horloge dat in grote hoeveelheden werd geproduceerd. Pulsar kwam met de P2 in 1973 op de markt en bracht het horloge onder de aandacht van het grote publiek in de James Bond film Live and Let Die met Roger Moore in de hoofdrol. Door ondermeer de voor die tijd opvallend hoge prijs van $ 395,- en de onwaarschijnlijk moderne uitstraling werd de Pulsar P2 een statussymbool voor filmsterren en andere beroemdheden.

De P2 was het tweede digitale horloge van Pulsar: de P1 was een massief gouden horloge dat in april 1972 op de markt kwam. Grote delen van de P1 werden met de hand gemaakt, waaronder de honderden verbindingen met gouddraad in het binnenwerk van de P1, die met de hand werden gesoldeerd. Uiteindelijk werden er van de P1 toch nog 400 geproduceerd, waarvan echter alle exemplaren terug moesten naar de fabriek omdat het binnenwerk het na enkele maanden begaf.

POPE’s ECC82 (1954)

Tussen 1930 en 1960 vierde de radiobuis, of vacuum tube, hoogtij in de radioindustrie. Hoewel de transistor officieel al was uitgevonden, zou het nog tot 1966 duren voordat Philips met de BC106 de wereld zou ’transistoriseren’. Radiobuizen brachten radio-ontvangst en geluidsversterking in de huiskamer van de consument. Vele verschillende radiobuizen overspoelden de markt, maar de POPE ECC82 is een belangrijke speler geweest.

Radiobuizen had je in beginsel in diode en triode. Een diode liet je wisselspanning gelijkrichten naar gelijkspanning, of radiosignalen opvangen. Met een triode kon je elektrische signalen versterken. Een ECC82 was een dubbel uitgevoerde triode, geschikt voor het versterken van audiosignalen, of het samenvoegen van twee signaalbronnen. POPE staat voor ‘Property Of Philips Eindhoven’.

In de jaren ’40 en ’50 was het bouwen van een eigen radio-ontvanger het terrein van de technisch onderlegde hobbyist en vele ontwerpen rondom een ECC82 deden in die tijd de ronde. Een eenvoudige radio kon met één ECC82, een flink eind koperdraad en een variabele condensator, in die tijd waarschijnlijk gekocht bij Oscar Keip in Groningen, in een weekend worden opgebouwd.

Externe links

Apple’s iPhone (2007)

Apple’s iPhone uit 2007 is de eerste echte smartphone die model heeft gestaan voor alle smartphones die erop volgden. Hoewel er vóór 2007 voldoende telefoons waren met een aanraakgevoelig beeldscherm en organisers die eenvoudig in een broekzak pasten, was de Apple iPhone het eerste apparaat met een volwaardig besturingssysteem (OS X met een Unix kern), een betrouwbaar (capacitief) aanraakscherm, en een speciaal voor vingerbediening ontwikkelde gebruikersinterface. De meegeleverde toepassingen waren dusdanig uitontwikkeld dat ze de gebruiker een gevoel van ‘zo moet het zijn’ gaven en vanaf dat moment wilde iedereen ‘een iPhone’.

Android bestond op dat moment op toestellen met knoppen en het zou bijna twee jaar duren voordat Samsung met een eerste iPhone-kloon, gebaseerd op Android, op de markt kwam. Na enkele jaren was er bijna niemand meer, die geen smartphone had die leek op een iPhone.

Sony’s Trinitron (1970)

Trinitron is een door Sony ontwikkelde technologie voor kleurenbeeldbuizen. De Trinitrontechnologie werd door Sony ontwikkeld in de jaren 1960. Trinitron is een beschermde merknaam. In tegenstelling tot de beeldprojectie bij klassieke kleurenbeeldbuizen staan de elektronenkanonnen in één lijn en wordt het beeld op een schaduwmasker van verticale lamellen geprojecteerd. Door de verticale lamellen draagt meer oppervlakte van het beeld bij aan de lichtopbrengst. In alle geval meer dan bij de constructie waar de elektronenkanonnen en het schaduwmasker in een driehoekspatroon staan. Ook is de convergentie eenvoudiger.

Kenmerkend voor de Trinitron is de stabilisatiedraad. Dit is een horizontale draad die het schaduwmasker stabiliseert. Deze is – voor de oplettende kijker – net zichtbaar als een donkere horizontale lijn in beeld. Grote schermen hebben in sommige gevallen twee stabilisatiedraden. Ondanks deze stabilisatie wordt het beeld (tijdelijk) vervormd bij mechanische schokken. Een ander kenmerk van Trinitron is de vorm van de beeldbuis: waar andere beeldbuizen een kromming hebben die lijkt alsof de voorzijde uit een grotere glazen bol is uitgesneden, lijkt de voorzijde van de Trinitron beeldbuis alsof deze uit een grote glazen cylinder is uitgesneden. Alleen horinzontaal is een bolling zichtbaar, de beeldbuis is vertikaal nagenoeg vlak.

Naast honderden verschillende Trinitron televisiemodellen, van heel klein tot kamervullend groot, kwam de Trinitron technologie ook beschikbaar voor apparaten van andere fabrikanten. Zo was de Macintosh Color Classic van Apple uitgevoerd met een kleine Trinitron beeldbuis.