Robert Brent’s The Golden Book of Chemistry Experiments (1960)

In de jaren ’60 van de vorige eeuw waren scheikunde experimenteersets cool om te hebben en alle hobby- en speelgoedwinkels hadden er een uitgebreide verzameling van, plus de chemicaliën om de sets aan te vullen, mochten de ingrediënten op raken. Je kon in die tijd een winkel inlopen voor een potje amoniumnitraat of zink stof en radioactieve straling was hip. Tegenwoordig zijn we beter op de hoogte van de mogelijke gevaren die de stoffen, en experimenten daarmee, teweeg kunnen brengen. En hoewel dat de gezondheid van de jeugd zondermeer ten goede is gekomen, heeft het de ondergang van populariteit van scheikundeproeven betekend.

In 1960 smulde men van boeken over wetenschappelijke proeven voor thuis. Vooral boeken die de lezer het gevoel gaven dat alles mogelijk was. The Golden Book of Chemistry Experiments heeft daar ongetwijfeld hoge ogen mee gegooid. Vanaf de eerste bladzijde is het boek hands on, met beschrijvingen van hoe de scheikundige labuitrusting te maken van hout, blikresten en een ijzeren kledinghanger. Geen experiment ging het boek uit de weg en geen element bleef onaangeraakt. Het boek bevatte instructies om verschillende nieuwe stoffen te maken, inclusief gevaarlijke stoffen als chloorgas en cyanide. De regering van de Verenigde Staten heeft het boek enige jaren na de verschijning in de ban gedaan en nieuwe regelgeving voorkwam dat soortgelijke beschrijvingen als in The Golden Book in het openbaar kwamen.

Hoewel naar huidige maatstaven gedateerd, is het boek nog steeds een fascinerende reis in elementaire en praktische scheikunde. Gelukkig is het boek, in de vorm van een PDF, ook voor de huidige generatie scheikunde wannebees bewaard gebleven, die nu gelukkig de meest gevaarlijke stoffen niet zomaar meer in handen kunnen krijgen.

Hewlett Packard’s HP 95LX (1991)

Twee jaar nadat Atari met de Portfolio de markt klaar had gemaakt voor Microsoft DOS-compatible palmtop computers bracht Hewlett Packard de HP 95LX uit. De HP 95LX had MS-DOS versie 3.22 aan boord, in plaats van Atari’s DIP DOS dat grotendeels compatible was met MS-DOS 2.20. Ook maakte de HP 95LX gebruik van het gestandaardiseerde PCMCIA, in plaats van de minder gangbare Bee Card. Het beeldscherm was een monochroom 40 tekens-bij-16-regels LCD zonder achtergrondverlichting. Standaard werd De Lotus 1-2-3 spreadsheet meegeleverd, wat de HP 95LX een must-have digitale assistent maakte voor iedereen die bedrijfsmatig met getallen en bedragen werkte.

Hoewel MS-DOS 3.22 was ingebouwd, betekende dit niet dat alle DOS programma’s die waren bedoeld voor 3.22 op de 95LX wilden draaien: het kleine scherm maakte dat lastig. Veel programma’s waren echter prima te gebruiken en er ontstond al snel een keur aan programmeer- en conversietools die het leven van de 95LX-gebruiker vereenvoudigden.

Intern was de HP 95LX een toonbeeld van degelijke eenvoud: een printplaat met voor die tijd geavanceerde VLSI chips, een aparte printplaat voor wat resterende analoge elektronica, een behuizing in enkele onderdelen en een eenvoudig maar goed afleesbaar monochroom scherm dat later door veel gebruikers zelf voorzien zou worden van een achtergrondverlichting, een groot deel van de voordelen van afleesbaarheid en batterijduur teniet doend.

Hoewel het nu moeilijk is voor te stellen was de HP 95LX een vooruitstrevend product dat in grote aantallen werd verkocht. Voor veel mensen was de HP 95LX een uitstekende computer ‘voor erbij’ en in deze periode, waarin het internet nog niet bestond en de verbinding met andere computers via modems en seriële poorten werd gelegd, was er niets op de markt dat suggereerde dat 20 jaar later iedereen met een telefoon-internetwebbrowser-muziekspeler op zak zou lopen.

Externe links

Ruurd Feenstra’s De mannen van de Discus (1967)

De jeugdboekenserie rondom de familie Hiddes en de fantastische uitvindingen van vader Tjeerd waren vanaf 1967 een inspirerende leesbron voor veel kinderen die weg konden dromen over verre landen, grote helden en technische vooruitgang. In het eerste deel, De mannen van de Discus, komt professor Tjeerd Hiddes vrij na een gevangenisstraf voor een misdaad die hij niet heeft gepleegd. In zijn gevangenisperiode heeft hij enkele grote uitvindingen gedaan, die hij met hulp van zijn zoons gaat gebruiken om de wereld te verbeteren en wraak te nemen op hen die hem in de gevangenis hebben gestopt.

Hoewel de toon van de boeken niet veel anders is dan soortgelijke jeugdboeken zoals de schippers van de Kameleon, zijn de onderwerpen veel wereldser dan gebruikelijk. De verhalen van Ruurd Feenstra gaan over goed en kwaad, familie en vertrouwen, tweede kansen, wraak en genoegdoening, technische uitvindingen en de misbruik ervan, landelijkheid en stedelijkheid en de gemakkelijke manier waarop verschillende sociale cirkels met elkaar kunnen samenwerken. Een prachtige reeks om te lezen en de eerlijkheid gebiedt dat je ook als volwassene nog best even een paar uur leuk in de boeken kunt doorbrengen.

De Discus-reeks bestaat uit de volgende titels:

  • Deel 1: Mannen van de discus (1967)
  • Deel 2: De discus slaat toe (1968)
  • Deel 3: De discus brengt redding (1969)
  • Deel 4: De discus valt aan (1970)
  • Deel 5: De discus overwint (1970)
  • Deel 6: De discus in gevaar (1971)
  • Deel 7: De discus snelt te hulp (1971)
  • Deel 8: De discus komt terug (1972)
  • Deel 9: De discus in de strijd (1972)
  • Deel 10: De discus in volle vaart (1973)
  • Deel 11: De discus en de blauwe diamant (1974)

Don Lawrence’s Storm (1978)

Was Don Lawrence al niet meer uit het tijdbeeld weg te krijgen met de epische stripserie Opkomst en ondergang van het keizerrijk Trigië, met Storm deed hij het allemaal nog eens dunnetjes, maar nog veel fantasierijker, over. De serie begon in 1978 bij uitgeverij Oberon met het album De diepe wereld, waarin Storm, een astronaut uit de toekomst, na een ongelukkige onderzoeksvlucht op de planeet Jupiter, op een zeer veranderde Aarde nog veel verder in de toekomst belandt. De Aarde is veranderd in een woestenij, waarin de oceanen volledig zijn verdampt. Het volk van de toekomst is teruggevallen tot het barbarisme, op uitzonderingen na waar technologie hoogtij viert.

Nokia’s 6600 (2003)

De Nokia 6600 was in 2003 het meest geavanceerde telefoontoestel dat Nokia ooit op de markt had gebracht, met Psion’s Symbian besturingssysteem, een menustructuur op een kleurenscherm met achtergrondverlichting, een ingebouwde camera en bluetooth. Je had een staaltje techniek in je handen waar je van kon aflezen waar de techniek en vooral de telefoondominatie van het Finse Nokia heen zou gaan, als Apple zich er in 2007 niet tegenaan zou bemoeien met de iPhone. Met een verkoopprijs van €600,- voelde het apparaat nog niet eens verschrikkelijk overprijsd voor al die mooie features, waaronder een mogelijkheid tot het afspelen van muziek vanaf een SD geheugenkaartje. Er zouden 150 miljoen exemplaren van verkocht worden.

Franquin’s Z van Zwendel (1971)

Hoewel het al deel 15 uit een reeks was, was het stripalbum Z van Zwendel een gedenkwaardige kennismaking met De avonturen van Robbedoes en Kwabbernoot. Het stripalbum kwam in 1971 uit en belande omstreeks die tijd in mijn toen 5-jarige handen. Ik heb er mogelijk enkele jaren over gedaan om het duistere verhaal op waarde te schatten en kan me een regelmatige hernieuwde kennismaking met de vrienden Robbedoes, Kwabernoot, professor Rommelgem en de Marsipulami dan ook nog prima voor de geest halen. Het album bevatte zoveel verhaallijnen, concepten en vreemde vindingen dat iedere illustratie de moeite van het uitpluizen waard was. En humor. Onderbroekenlol tot aan intelligente vondsten en alles daartussenin.

Op één of andere manier heeft dit stripalbum de tand des tijds nipt overleefd en bij het opruimen van de zolder kwam het helderrode, met technisch grijs, zwart en wit gestileerd exemplaar onder uit een stapel met memorablia. Erg leuk.

Newcrest Technology’s Sphinx Commander CXG 3018 (1989)

De CXG 3018 is een schaakbord met ingebouwde schaakcomputer. Hoewel de productie ervan in Hong Kong plaatsvond en Newcrest Technology vanuit Australië werd geleid, bevat de CXF-3018 Sphinx Commander software geschreven door de Nederlander Frans Morsch. Het bord is ongeveer 30×30 groot en is een paar centimeter dik. Ieder speelveld is voorzien van een led en een uitschuifbare lade bevat een bedieningspaneel en een eenvoudig display. De leds geven weer welk stuk naar welke positie moet worden verplaatst en ingebouwde magneetschakelaars detecteren de verplaatsing van de schaakstukken. Het resultaat is een fantastische spelbeleving waarbij Morsch’ 6502-gebaseerde software op verschillende niveau’s het spel speelt.

Hoewel schaakcomputers er te kust en te keur zijn, is de CXG Sphinx Commander een bijzonder product. Het bord is geheel in hout uitgevoerd, met esdoorn en walnoot witte en gekleurde vlakken, met een omlijsting en behuizing in mahonie. Het geheel is met een nauwkeurigheid gefabriceerd die vergelijkbaar is die van met muziekinstrumenten, hoewel een extra laatste laklaag niet had misstaan. De elektronica is subtiel weggeborgen en tijdens het spel is het niet nodig om de bedieningslade in het zicht te houden omdat de stukverplaatsing met leds in het bord wordt aangeduid. Door het bord op batterijen te laten werken is een mobiele toepassing mogelijk. De software markeert ongeldige zetten en gebruikt voor de aanwijziging uitsluitend de rode leds die in ieder speelveld zijn ingebouwd.

Technische specificaties

34 speelsterkteniveau’s

  • 8 standaardniveau’s, variërend van 3 seconden tot 10 minuten per zet;
  • 8 snelschaakniveau’s, variërend van 1 tot 60 minuten voor de hele partij;
  • 8 toernooiniveau’s met instelbare standaard toernooitijdcontroles;
  • 8 zoekdiepteniveau’s met een rekendiepte instelbaar van 1 tot en met 8 ply;
  • 1 matprobleemniveau dat problemen tot mat in 10 zetten oplost;
  • 1 analyseniveau.

Openingsbibliotheek

  • De openingsbibliotheek bestaat uit 1200 varianten met 8000 posities;
  • zelf uit te breiden met 1000 zetten.

Informatiemogelijkheden

  • Twee schaakklokken tonen naar wens de per zet verbruikte tijd, de totaal verbruikte tijd of de resterende tijd voor de partij;
  • zettenteller;
  • stellingswaardering;
  • rekendiepte;
  • verwachte variant (6 ply);
  • de zet die op dat moment wordt onderzocht.

Externe links

Steven Spielberg’s Catch Me if You Can (2002)

Frank Abagnale jr. is een 15-jarige oplichter die gespecialiseerd is in het frauderen van cheques en voor zijn 19e verjaardag al ettelijke miljoenen dollars op deze manier heeft opgestreken. Om zijn oplichterspraktijk wereldwijd uit te kunnen voeren doet hij zich voor als PanAm co-piloot om op deze manier gratis vluchten te kunnen nemen. De film is geregisseerd door Steven Spielberg en de hoofdrollen worden gespeeld door Leonardo DiCaprio en Tom Hanks.

In de eerste minuten van de film zien we Frank Abagnale jr. een etiket heelhuids van een wijnfles peuteren, zodat het logo en beeldmerk van de wijn behouden blijven. In de loop van de film zal deze handigheid nog veel vaker voorkomen, waarbij de logo’s hun weg vinden op briefpapier, cheques en toegangspassen. In dezelfde eerste minuten zien we Christoffer Walken als Frank sr. het voorbeeld geven van ‘binnenkletsen’ waarmee jr. later vele miljoenen zal lospeuteren.

Catch Me if You Can is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. De film volgt de biografie van Frank Abagnale jr. (geboren in 1948) vrij nauwkeurig, met hier en daar een ‘Spielberg treat’. Frank Abagnale jr. zou na het uitzitten van een lange gevangenisstraf als consultant voor de FBI werkzaam worden en daarna een goedlopend beveligingsadviesbedrijf starten, waarmee hij in staat was om zijn schulden af te betalen én op legale wijze multimiljonair te worden.

Leonardo DiCaprio als Frank Abagnale jr. doet me denken aan de televisieserie The Pretender, waarin hoofdrolspeler Jarod zich in iedere aflevering voordoet als een andere professional, zoals arts, advocaat, aannemer of piloot.

Jerry Ehman’s WOW! alien bericht ontvangst (1977)

Big Ear was een radiotelescoop die door de Ohio State University werd gebruikt als breedband radio-observatorium voor signalen uit de ruimte. De radiosignalen werden door een IBM 1130 computer gebundeld tot hashgetallen en afgedrukt op zebrapapier. De afdrukken werden periodiek door studenten van de universiteit geanalyseerd. Jerry Ehman ontdekte op 7 augustus 1977 een reeks signalen die overeen kwamen met het soort signalen dat door andere beschavingen in de ruimte uitgezonden zouden kunnen worden en markeerde deze op het papier met WOW!

Het Big Ear radio-observatorium dat de WOW!-signalen ontving (foto Ohio State University)

Hoewel het radio-observatorium in 1998 ruimte moest maken voor een golfbaan, is de geschiedenis van de ontdekking van de WOW! signalen goed gedocumenteerd. Tot op de dag van vandaag is er geen duidelijkheid over wat het signaal betekent, maar de kans dat het afkomstig is van buitenaards leven is niet uitgesloten.

Externe links

Carl Weller’s Magnastat (1960)

Elektrische soldeerapparaten zijn er sinds 1920, maar in 1941 ontwikkelde de Amerikaan Carl E. Weller een soldeerpistool met een transformator die snel op temperatuur kwam en ook snel weer afkoelde. Een patent hiervoor kreeg hij in hetzelfde jaar en Weller startte een bedrijf dat zijn uitvinding fabriceerde en verkocht. In 1960 verkreeg Carl Weller een patent op de magnetisch-elektrische temperatuurregeling die hij Magnastat noemde en waarmee hij elektrische soldeerbouten klein en met een stabiele punttemperatuur kon fabriceren. Het mechanisme wordt nog steeds gebruikt in de Weller WTC soldeerbouten.

Soldeertin in de elektrotechniek en elektronica bestaat uit een mengsel van metalen die gezamenlijk een smelttemperatuur hebben in een vrij specifiek bereik. Het over- of onderverhitten van soldeertin heeft tot gevolg dat de tin verbrandt of een slechte verbinding maakt. Maar afhankelijk van de omvang van de te solderen materialen is er meer of minder elektrische energie nodig om tot de gewenste soldeertemperatuur te komen. Eerdere soldeerbouten zonder temperatuurregeling konden slechts door ervaren gebruikers worden toegepast. Een vaste temperatuur maakte het werken met een soldeerbout praktischer en trefzekerder en de eerste Magnastat soldeerbouten hielden binnen een klein bereik een temperatuur aan van 315 graden Celcius, of 600 graden Fahrenheit.

Electric Light Orchestra discografie (1971)

Electric Light Orchestra is de band van Jeff Lynne met een albumreportoire dat loopt van 1971 tot en met 2001. De bezetting van de band bestond voor de langste periode uit zanger en componist Jeff Lynne, toetsenist Richard Tandy, drummer Bev Bevan en bassist Kelly Groucutt. Strijkers Mik Kaminski, Hugh McDowell en Melvyn Gale zouden een belangrijke stempel drukken op het werk tussen 1973 en 1976.

Electric Light Orchestra albums:

  • No Answer (1971)
    Roy Wood, Jeff Lynne, Bev Bevan
  • ELO 2 (1973)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy
  • On the Third Day (1973)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy
  • Eldorado (1974)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy, Mik Kaminski, Hugh McDowell, Melvyn Gale
  • Face the Music (1975)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy, Kelly Groucutt, Mik Kaminski, Hugh McDowell, Melvyn Gale
  • A New World Record (1976)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy, Kelly Groucutt, Mik Kaminski, Hugh McDowell, Melvyn Gale
  • Out of the Blue (1977)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy, Kelly Groucutt, Mik Kaminski, Hugh McDowell, Melvyn Gale
  • Discovery (1979)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy, Kelly Groucutt
  • Time (1981)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy, Kelly Groucutt
  • Secret Messages (1983)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy, Kelly Groucutt
  • Balance of Power (1986)
    Jeff Lynne, Bev Bevan, Richard Tandy, Kelly Groucutt
  • Zoom (2001)
    Jeff Lynne, Richard Tandy

Soundwise’s Ademnood met Linda, Roos en Jessica (1995)

Productieduo Fluitsma en Van Tijn, drijvende krachten achter het Amsterdamse Soundwise, maakten ter ere van de 1000e aflevering van de Nederlandse soap-serie Goede Tijden, Slechte Tijden voor de personages Linda Dekker (Babette van Veen), Roos de Jager (Guusje Nederhorst) en Jessica Harmsen (Katja Schuurman) het muziekstuk Ademnood, dat met Trijntje Oosterhuis als achtergrondzangeres al snel door de media werd opgepikt en in rap tempo de hitlijsten omhoog klom.

Het trio Linda, Roos en Jessica vertolkte hierna meerdere nummers van Fluitsma en Van Tijn, waaronder de ‘singles’ Alles of niets en Lange nacht. Hoewel dit nooit de opzet was geweest, scoorden de dames veel succes met hun optredens, die evenwel steeds meer conflicteerden met hun rollen in Goede tijden. In 1998 werd de stop eruit getrokken en werd het trio opgeheven.

Het nummer Ademnood is zangtechnisch misschien niet het hoogtepunt waarover de dames in het nummer vertolken. Maar de handige composities van Fluitsma en Van Tijn, de rollende bassen, enthousiast gezongen harmonieën en loepzuivere vocalen van Trijntje Oosterhuis maakten het nummer eenvoudig verteerbaar voor een groot publiek. Gecombineerd met suggestieve teksten en de visuele invulling van de optredens van Babette, Guusje en Katja is er alleszins begrip voor op te brengen dat Ademnood een entry in de database van Retro-Lab.nl heeft gevonden.

Externe links

Economatics’ BBC Buggy (1983)

Fischertechnik en computersoftware vormden een ideaal stel in de beginjaren van het computerhobbyisme. Veel natuurkundeleraren maakten van deze combinatie een interessante toevoeging voor menig schoolcurriculum en de BBC Buggy (met software-op-audiocassette voor de Acorn BBC Micro computer) vormde hiervan een absoluut hoogtepunt. Fotogeniek en veelbelovend, de kit werd duizenden keren verkocht en nog vaker als hoofdrolspeler in een boek of tijdschrift afgebeeld.

De BBC Buggy was een bouwpakket dat bestond uit diverse Fischertechniek-onderdelen, stappenmotoren, een aansturingsprintplaat en een lang eind flatcable. De aansturing kon in principe met de meeste van de in die tijd beschikbare home computers, hoewel de meegeleverde handleiding en software bedoeld was voor de populaire (want in een BBC televisieprogramma gebruikte) Acorn BBC Micro computer.

Het aansturen van ‘hardware’ vanuit een computer had een hoog experimenteergehalte in de jaren ’80 en de experimenten waren niet geheel zonder risico voor de gebruikte computer. Interfaceboards met optische scheiding tussen de elektrische circuits van computer en aangesloten hardware waren een must. De kit van Economatics voorzag hierin, en de aansluiting tussen de BBC Buggy en computer werd met een lange, flexibele regenboogkabel uitgevoerd. De onderdelen van de bouwdoos moesten aan de hand van de meegeleverde handleiding met een schroevendraaier en een mini dopsleuteltje in elkaar worden gezet, hetgeen voor de gebruiker al gelijk een flinke dosis voorpret betekende. De software hielp met testen of de kit goed was geassembleerd en verschillende programma’s lieten het karretje met de toetsen van de computer besturen. De magie van het aansturen van hardware met een computer was veelsprekend, ook als was het ook voor het ongeoefende oog duidelijk te zien hoe de techniek in elkaar zat.

Externe links

Walt Disney’s Weet je veel handboek (1976)

Iedere Donald Duck liefhebber kent de neefjes Kwik, Kwek en Kwak. De drie halen veel van hun wijsheid uit hun Jonge Woudlopers Handboek, dat voor ieder probleem een oplossing schijnt te hebben. In 1976 bracht Oberon, uitgever van het weekblad Donald Duck, een 189 pagina’s dik ‘handboek vol tips, feitjes, spelletjes, enz.’ uit met de titel Weet je veel. En geheel in tegenstelling tot wat je zou verwachten stond het vol met tips, feitjes en spelletjes en was het geen stripalbum. Ik kreeg het boek als 9-jarige en heb het boek werkelijk jarenlang gekoesterd. Iedere bladzijde bevatte meerdere artikelen en sommige die nog te lastig waren voor een 9-jarige kwamen in de jaren daarna wel eens van pas.

Een hardcover boek met bijna tweehonderd pagina’s wetenswaardigheden, goed geïllustreerd en toegankelijk geschreven is niet eenvoudig te schrijven of te maken. Inhoudelijk staan de artikelen op een hoog niveau en veel van de illustraties, of misschien zelfs alle, zijn nieuw voor dit boek gemaakt, getuige de hoge kwaliteit van het drukwerk. Disney figuren zijn hier figuranten en worden bijna nooit onderdeel van het artikel. En hoewel het boek duidelijk als ‘Jonge Woudlopers Handboek’ is bedoeld, wordt het niet zo genoemd. De auteurs van het boek hebben mogelijk een boek gemaakt dat ze zelf graag hadden willen hebben, met Yvan Delporte als scenarist, Eddy Ryssack als illustrator en Jacques Busquet als technisch adviseur. Yvan Delporte kennen we ondermeer als schrijver van De Smurfen en co-auteur van Guust Flater en Eddy Ryssack als all-round illustrator die ondermeer de strip Opa in de Eppo maakte.

Het is niet onmogelijk dat de opmaak van dit boek een rol gespeeld heeft in mijn latere interesse in vormgeving: de bladspiegel-uitvulling had bij de opmaak van dit boek een hogere prioriteit dan een consistente vormgeving, hetgeen me ook op 9-jarige leeftijd al flink dwarszat. De afstand tussen koppen en tekst varieerde met de resterende vrije bladruimte en te pas en te onpas werden alinea’s afgebroken op willekeurige plaatsen om nog maar een extra regel aan het eind van de pagina te verkrijgen. Ook de regeluitvulling is schrijnend: op sommige regels zitten grote gaten in de tekst vanwege de ingevoegde witruimte. Een eventuele herdruk zou veel baat hebben bij een beter lettertype en wat liefdevol opmaakwerk.

Apple’s transitie van PowerPC naar Intel (2005)

De Apple Macintosh in 2005 had een PowerPC microprocessor waarop het Mac OS X 10.4 Tiger draaide. Tijdens de Worldwide Developers Conference in 2005 kondigde Steve Jobs aan dat er een transitie zou gaan plaatsvinden van de Freescale PowerPC processoren naar Intel Pentium microprocessoren. De belangrijkste redenen hiervoor waren snelheid en energieverbruik: de Pentium processoren waren aanzienlijk krachtiger dan de PowerPC processoren bij een lager stroomverbruik. En hoewel bij de aankondiging nog 2 jaar werd genoemd, ging de feitelijke transitie veel sneller en waren in 2007 de meeste Macs met een Intel processor verkrijgbaar.

De transitie van PowerPC had verstrekkende gevolgen. Zo moest Apple het besturingssysteem OS X geschikt maken voor een andere processor, moest nieuwe hardware ontwikkeld worden, moesten de ontwikkelaars voorzien worden van tijdelijke Intelgebaseerde Macs om hun software om te kunnen zetten naar de nieuwe architectuur, moesten de developers voorzien worden van alle tools om dit voor elkaar te krijgen en moest gezorgd worden voor een voorziening dat niet alle bestaande Macs ineens onbruikbaar zouden worden.

Apple had de transitie echter goed voorbereid en had zelf in het grootste geheim al jaren een versie van OS X in gebruik die op Intel was gebaseerd. Developers kregen daarom bijna direct de beschikking over Intel hardware en de tools die nodig waren om hun software om te zetten. Apple had een speciale simulator gemaakt, Rosetta, die PowerPC programma’s liet uitvoeren op een Intel microprocessor. Deze simulator maakte de programmaverwerking van oudere programma’s langzamer, maar door de extra snelheid van de Intel processoren was het netto effect een gelijke verwerking als op de oude PowerPC microprocessoren.

De transitie van PowerPC naar Intel was overigens niet de eerste keer dat Apple een verandering van de CPU architectuur doorvoerde: eerder was al overgegaan van de 68000 processor van Motorola naar de PowerPC van IBM.