NASA’s Skylab

Meer dan een verzameling overgebleven onderdelen van eerdere Apollo missies, tegen de zon beschermd door goudkleurige reflecterende zeilen en van stroom voorzien door een partij zonnecellen die als molenwieken zijn gemonteerd zijn lijkt het in eerste instantie niet. Toch is Skylab een belangrijke reden dat er een International Space Station bestaat en zag het leven in Skylab er voor de aanwezige astronaut er niet gek veel anders uit dan voor de huidige bewoners van ISS.

Skylab (illustratie NASA)

Het grootste deel van Skylab wordt gevormd door een omgebouwde ‘S-IVB’ derde trap van een Saturn V raket, waarvan de raketmotor was verwijderd. Er waren twee S-IVB’s omgebouwd door Douglas Aircraft Company: eentje werd als proefmodel in het NASA opleidingscentrum neergezet en eentje ging als onderdeel van een Saturn V lancering mee de ruimte in. Deze Saturn V bevatte verder geen lading, waardoor de derde trap niet als stuwmotor gebruikt hoefde te worden. Met latere lanceringen werden de noodzakelijke reparaties uitgevoerd, waaronder de bevestiging van reflectieschermen en extra zonnepanelen. Ook werden een luchtsluis, aanmeerpoort en telescoop gemonteerd.

S-IVB Rocket 3rd Stage (foto NASA)

Skylab gaf steeds ruimte aan drie astronauten, die maximaal voor 40 dagen in de ruimte bleven. Er zijn drie bemande missies naar Skylab geweest, voordat Skylab in 1979 aan z’n lot werd overgelaten en in de dampkring tot verbranding kwam.

NASA’s Space Shuttle

Space Shuttle was de naam voor een Amerikaans systeem van herbruikbare ruimtevaartuigen die in totaal 135 vluchten uitvoerden, waaronder het transport van grote delen van het International Space Station en het vervoer van goederen en astronauten van en naar het ISS. De laatste vlucht van een Space Shuttle was de Atlantis op 21 juni 2011, gevlogen door Douglas Hurley die later ook de gezagvoerder van eerste NASA Commercial Crew missie Demo-2 van SpaceX zou worden.

Tussen 1981 en 2011 gebruikte NASA met regelmaat de Space Shuttle voor vluchten naar het International Space Station, in de beginjaren van het Space Shuttle programma nog in aanbouw. De Space Shuttle bestond uit een soort vliegtuig die zelfstandig kon landen op Aarde, nadat deze vanuit de ruimte door de dampkring was komen vallen. Lancering gebeurde met een enorme brandstoftank en twee vaste brandstof raketten. Hoewel het geheel overweldigend overkwam, was de vlucht volgens Douglas Hurley ‘considerably smoother than the flight with Crew Dragon on top of Falcon 9″.

De eerste Space Shuttle was Enterprise, die in 1976 als testvoertuig werd gebouwd. Vier werkende Shuttles werden als regelmatige verbinding met ISS ingezet: Columbia, Challenger, Discovery en Atlantis. In 1991 kwam daar Endeavour bij, die de Challenger en Columbia moest vervangen die in 1986 en 2003 werden verwoest door fatale ongelukken.

Nadat de landing van Atlantis werden de Space Shuttles afgedankt. Vanaf 2011 tot 2020 maakten de Amerikanen gebruik van het gedateerde, maar zeer betrouwbare Russische Soyuz programma om astronauten van en naar het ISS te transporteren. In 2020 kwam hier met de eerste lancering van het Commercial Crew programma verandering in, toen NASA met de SpaceX Crew Dragon twee astronauten naar ISS liet brengen.

Apollo 11

Apollo 11 was de missie van het Amerikaanse Apolloprogramma die voor het eerst mensen op de Maan zette. Het Apollo-programma omvatte 11 bemande vluchten, aangeduid als Apollo 7 tot en met Apollo 17. De bemanning van de Apollo 11 bestond uit de astronauten Neil Armstrong, Edwin “Buzz” Aldrin en Michael Collins. Op 16 juli 1969 werd de Saturnus V-raket met de maanlander Eagle en de commando- en servicemodule Columbia gelanceerd om 13:32 UTC van lanceerplatform 39A op het Kennedy Space Center in Florida, Amerika.

Op 20 juli, op ongeveer 100 km van het maanoppervlak, daalde Aldrin met Armstrong in de maanlander Eagle af naar het maanoppervlak, terwijl Collins achterbleef in het ruimtevaartuig Columbia. De druk in de Eagle werd gelijkgemaakt aan die op de Maan, het luik werd geopend en Armstrong stapte naar buiten. Aangekomen onderaan de ladder zette Armstrong zijn linkervoet op het maanoppervlak om 2:56 UTC op 21 juli 1969, om vervolgens te zeggen: “That’s one small step for a man, one giant leap for mankind”.

Na een verblijf van ruim 21 uur op de maan stegen zij weer op om zich te verenigen met Collins. Hiertoe moesten ze wel improviseren bij hun bewegingen; in de nauwe ruimte van de maanlander hadden ze de startknop eraf gestoten. Aldrin loste dit probleem op door een plastic pen in de opening te drukken en zo de motor te starten. Na de succesvolle lancering en koppeling konden zij met 21,5 kilo maanmateriaal terugkeren naar de Aarde waarna de Apollo 11 op 24 juli 1969 om 16:50 UTC veilig in de Grote Oceaan landde.