Computer tijdlijn

Deze pagina bevat een overzicht van alle artikelen in de categorie computers, gesorteerd op introductiejaar. Dit is een gegenereerde pagina; nieuwe artikelen in de categorie worden automatisch op de juiste plaats aan de lijst toegevoegd.

  • Atomic Energy Research Establishment’s Harwell CADET (1955) - De Harwell CADET was de eerste volledig uit transistoren opgebouwde computer in de wereld, ontwikkeld in Harwell, Engeland. De Harwell CADET wordt algemeen gezien als de eerste moderne computer, zoals deze door Alan Turing in 1936 was bedacht. Een moderne computer beschikt over een beperkt aantal instructies en het opgeslagen programma bepaalt in welke volgorde en met welke getallen deze instructies moeten worden uitgevoerd.
  • MIT’s Lincoln Laboratory’s LINC (1962) - De LINC (Laboratory INstrument Computer) is een 12-bit computer die gezien wordt als de eerste minicomputer en voorloper van de personal computer. De LINC werd ontworpen door Wesley A. Clark en Charles Molnar. De LINC werd gebouwd door Digital Equipment Corporation (DEC) en Spear Inc. De LINC kostte $40.000 en bestond meestal uit een afgesloten 1,8 meter x 50 cm rek, vier behuizingen met tape drives, een klein display, een bedieningspaneel en een toetsenbord.
  • DEC’s PDP-8 (1965) - De PDP-8 was een 12-bit minicomputer geproduceerd door DEC (Digital Equipment Corporation) in 1965. Het was een directe afstammeling van de LINC, met een kleinere instructieset. Het eerste model kostte rond de $18.500 en had de grootte van een kleine koelkast.
  • Hewlett-Packard’s HP-65 (1974) - De HP-65 was de eerste programmeerbare rekenmachine ter wereld, oorspronkelijk door Hewlett-Packard aangekondigd als "de personal computer". Omdat in 1974 nog niemand over een computer kon beschikken was die term in die tijd nog niet eens zo verkeerd gekozen.
  • Altair 8800 (1975) - De MITS Altair 8800 is een microcomputer gebaseerd op de Intel 8080A processor. Het vormde de start van de ontwikkeling van de personal computer. De Altair 8800 werd in 1975 ontwikkeld door Ed Roberts en zijn bedrijf MITS en werd voor 397 Amerikaanse dollars als bouwpakket door het Amerikaanse blad Popular Electronics verkocht.
  • MOS Technology’s KIM-1 (1976) - De KIM-1 was een single board computer met daarop een 6502 microprocessor, RAM en ROM en twee 6530 interface chips. Er was verder voorzien in een toetsenbord en zes 7-segments displays. Een monitorprogramma in de ROM liet de gebruiker eenvoudig machinetaalprogramma's invoeren. De populariteit van de KIM-1 bij hobbyisten en andere eerste-computer-bezitters overtrof de verwachtingen van MOS Technology en er was al snel een uitgebreide hoeveelheid boeken, tijdschriften en computerclubs die speciaal voor de KIM-1 in leven waren geroepen.
  • Joseph Weisbecker’s COSMAC ELF (1976) - Binnen drie maanden na de introductie van de RCA CDP1802 in 1976 kwam het maandblad Popular Electronics met een serie artikelen over de bouw van een minimale single board computer gebaseerd op de CDP1802, de COSMAC ELF genoemd. De processor kon voor 30 dollar bij RCA worden besteld en de rest van de onderdelen bestond uit werkgeheugen, een EPROM, een stuk montageprint en een handvol schakelaars en leds. Auteur van de artikelen was Joseph Weisbecker, die ook het ontwerp van de CDP1802 voor RCA had gemaakt.
  • Tandy’s TRS-80 Model 1 (1977) - De TRS-80 Model 1 werd op 3 augustus 1977 geïntroduceerd. Model 1 was een computer in de vorm van een dik toetsenbord dat werd aangesloten op een losse monochrome monitor. De computer beschikte over een BASIC-taal in 4kB ROM en was standaard uitgerust met 4 kB RAM.
  • Elektuur’s Junior Computer (1980) - "Van zelfstudie tot procesbesturing," presenteerde Elektuur het mogelijke toepassingsgebied van de Junior Computer, een zelfbouwproject waarvoor Elektuur in maart 1980 de printplaten en het monitorprogramma beschikbaar stelde. Het maartnummer introduceerde de single board computer in hoofdlijnen, later dat jaar zou er een boek beschikbaar komen met alle details erin.
  • Sinclair ZX80 (1980) - De Sinclair ZX80 was een eenvoudige thuiscomputer die door het bedrijf Sinclair Research van Clive Sinclair in 1980 werd uitgebracht. Het was de eerste computer die voor minder dan 100 pond verkocht werd in Groot-Brittannië. De ZX80 kon enkel via de post besteld worden en werd geleverd als kit om zelf te assembleren.
  • Multitech Micro-Professor (1981) - The Micro-Professor MPF-I was het eerste computerproduct van Multitech, het tegenwoordige Acer. Het is misschien wel de langst verkopende computer ter wereld. De MPF-1 was speciaal ontworpen voor onderwijsdoeleinden, om de principes van het programmeren in machinecode onder de knie te krijgen. Het is een eenvoudig training systeem dat is opgezet rondom een Zilog Z80 microprocessor.
  • Sinclair ZX81 (1981) - De ZX81 is een homecomputer die door Sinclair Research van Sir Clive Sinclair in maart 1981 op de markt werd gebracht. Het was de opvolger van de Sinclair ZX80. Hij werd geproduceerd door Timex.
  • Commodore VIC-20 (1981) - De Commodore VIC-20 was één van de eerste home computers, voorzien van een MOS 6502 microprocessor. De computer moest worden aangesloten op een monitor of televisie. In 1982 was de VIC-20 met meer dan 750.000 verkochte exemplaren de bestverkopende computer van het jaar. Toen Commodore in 1982 met de verbeterde Commodore 64 op de markt kwam, was het al vrij snel afgelopen met de VIC-20. De VIC-20 werd tot eind 1984 geproduceerd.
  • Sinclair ZX Spectrum (1982) - De ZX Spectrum is een homecomputer van Clive Sinclair. De computer is de opvolger van de ZX80 en ZX81. Alhoewel de naam eerst ZX82 zou gaan worden, werd voor ZX Spectrum gekozen, om duidelijk te maken dat het apparaat met kleuren kon werken. De computer moest op de televisie aangesloten worden.
  • Acorn’s BBC Micro (1982) - De Acorn BBC Micro is een microcomputer met als hart de 6502A-microprocessor. De Engelse fabrikant Acorn Computers Ltd heeft deze computer speciaal ontwikkeld voor de British Broadcasting Corporation (BBC). De BBC wilde een serie programma's maken waarin het een en ander gedemonstreerd werd aan de hand van een echte (commercieel verkrijgbare) microcomputer. De wensen en eisenlijst voor deze microcomputer is door de BBC aan verschillende bedrijven gegeven, om zo voor dit doel een microcomputer te laten ontwikkelen.
  • Casio PB100 (1982) - De Casio PB100 was een pocket computer van fabrikant Casio. De PB100 is een doorontwikkelde rekenmachine met meer mogelijkheden dan een wetenschappelijke rekenmachine, zoals programma's in een hogere programmeertaal schrijven. De PB100 was uitgerust met een goed afleesbaar lc-display.
  • Steven Bolt’s KIJK Bèta-computer (1984) - De bouw van de Bèta-computer was "niet moeilijk, zelfs niet voor de beginnende soldeer-artiest" en voor het bouwen was "slechts weinig gereedschap nodig: boormachine, collectie scherpe boortjes, figuurzaag, soldeerbout van 16 watt met fijne tip, harskernsoldeer, zijkniptangetje, tangetje, schroevendraaier, universeelmeter." Een spraakmakende serie artikelen introduceerde in 1984 een 6502-microprocessor-gebaseerde zelfbouwcomputer aan een breed publiek, waarvan de meesten nog nooit een computer van dichtbij hadden gezien.
  • Sinclair QL (1984) - De Sinclair QL personal computer van Sinclair Research uit Engeland werd in 1984 op de markt gebracht. Het was de poging van Sinclair om, voortbordurend op het succes van de de ZX Spectrum, de zakelijke markt te bedienen. Het systeem was voor die tijd een betrekkelijk revolutionair ontwerp op basis van de Motorola 68000 microprocessor, met een kloksnelheid van 7,5 MHz.
  • Epson Geneva PX8 (1984) - Een minicomputer in een handzaam formaat was mijn eerste gedachte bij het zien van de Epson Geneva PX-8, een Zilog Z80 gebaseerde CP/M laptop met een ingebouwde servogestuurde micro-cassetterecorder, ROM-packs voor WordStar en BASIC en een hardkunststoffen hoes. De PX-8 draaide het CP/M-80 besturingssysteem, wat in 1984 het gevoel gaf wat Linux nu doet: magisch, krachtig, professioneel. De PX-8 had geen ingebouwde harde schijf, maar je kon het werkgeheugen opsplitsen in werkgeheugen en opslaggeheugen. Vanuit het besturingssysteem kon je bestanden kopiëren van en naar de micro-cassettes.
  • Apple Macintosh (1984) - De eerste Apple Macintosh, Macintosh 128K, werd in 1984 geleverd met een grafische gebruikersinterface (Mac OS), een muis en een toetsenbord zonder numeriek deel. De hoge kwaliteit zwart-wit monitor en de overige computeronderdelen waren in één zorgvuldig ontworpen behuizing ondergebracht, hetgeen de Macintosh zijn karakterestieke uiterlijk gaf.
  • Psion Organiser II (1984) - Psion werd in 1980 opgericht door Dr. David Edwin Potter. De eerste drie jaar werd software voor de ZX81- en ZX Spectrum-thuiscomputers ontwikkeld, daarna stapte het bedrijf over op hardwareproducten. De Psion Organiser was in 1984 de eerste zakcomputer die in groten getale verkocht werd.
  • Atari’s ST (1985) - De Atari ST was een belangrijke homecomputer, gebaseerd op de Motorola 68000 microprocessor, met minimaal 512 kilobyte RAM-geheugen en een 3½-inch-diskettestation als opslagmedium. De ST leek op de Commodore Amiga die ook gebaseerd was op de Motorola 68000. De ST was de eerste home-computer met een kleuren grafische gebruikersinterface, op de voet gevolgd door de Commodore Amgiga. Er zijn veel overeenkomsten tussen de Atari ST-lijn en de Commodore Amiga-lijn. Dit heeft alles te maken met de complexe wisselwerking tussen Atari en Commodore in de periode waarin zowel Atari als Commodore op zoek waren naar de opvolgers voor hun respectievelijke home computers.
  • Amstrad’s PCW8256 (aka Schneider Joyce) (1985) - Ondanks het grote aanbod home computers in die tijd kreeg Amstrad het voor elkaar om een alles-in-een computer voor een bodemprijs in de markt te zetten die door grote hoeveelheden voorheen niet-computer-bezitters werd gekocht. De Amstrad PCW serie computers (in de rest van Europa op de markt gebracht door het Duitse Schneider als de 'Joyce') werd als een computer speciaal voor tekstverwerking verkocht en kwam dan ook standaard met een goede kwaliteit dot-matrix printer. De prijs van een PCW systeem was lager dan een kwart van de prijs van de goedkoopste IBM-compatibele computer in die tijd en dat had tot gevolg dat de Amstrad PCW8256 en Schneider Joyce uiterst populaire waren.
  • Commodore’s Amiga (1987) - De Amiga 500, ook bekend als de A500, was de eerste goedkope Commodore Amiga 16/32 bit multimedia thuiscomputer. De A500 werd aangekondigd in januari 1987 op hetzelfde moment als de professionele Amiga 2000 en werd als een directe consurrent van de Atari 520ST in de markt gezet.
  • Apple’s PowerBook 100 (1991) - De Apple PowerBook 100 was een door Sony samen met de design afdeling van Apple ontwikkelde en geprtoduceerde laptop die in 1991 op de markt werd gebracht. Het voor die tijd compacte model, fraaie formgeving, ingebouwde trackball en lange accuduur maakte het model vanaf de start mateloos populair. De PowerBook 100 had geen ingebouwd diskettestation maar had de mogelijkheid voor een optioneel bij de kopen extern diskettestation. Als de computer uitstond, werd de inhoud van het RAM geheugen op een slimme manier bewaard. Op die manier was het aan- en uitschakelen snel en raakten gegevens niet kwijt.
  • Parallax Inc’s BASIC Stamp (1992) - De BASIC stamp is een kleine single board computer, ontwikkeld door Parallax, die gebruikt wordt door hobbyisten en studenten om bekend te raken met de basisprincipes van microcontrollers, zoals het aansturen van een servomotoren, leds, etc. Hij staat bekend om zijn kleine formaat en is populair omdat hij eenvoudig te programmeren is in een variant van de BASIC programmeertaal.
  • Massimo Banzi’s Arduino (2004) - Het Arduino platform werd in 2004 gelanceerd en was direct erg succesvol. Het platform bestaat uit een kleine single board computer ter grootte van een bankpas met hierop een ATmega8 microcontroller, USB-connector, voedingsconnector en connectorstrips om sensoren en actuatoren uit te lezen en aan te sturen. Programma's, sketches genoemd, worden geschreven in een bijbehorende programmeeromgeving. De printplaat gebruikt een gestandaardiseerde maatvoering waardoor het relatief eenvoudig is om uitbreidingen op de printplaat uit te brengen, shields genoemd. Een USB-kabeltje tussen printplaat en computer volstaat voor de voeding en voor het programmeren en de programmeeromgeving voorziet in voorbeeldprogramma's voor diverse hardwareprojecten.