Motorola’s SCR-300 (1940)

In 1940 kreeg de Galvin Manufacturing Company van de Amerikaanse War Department de opdracht om een mobiele radio zendontvanger te ontwikkelen die gebruikt kon worden in het veld. Hoewel het geheel meer weg had van een metalen rugzak werd het in die tijd beschreven als “primarily intended as a walkie-talkie for foot combat troops”, waardoor de naam ‘walkie talkie’ is blijven hangen.

Motorola, zoals de Galvin Manufacturing Company zich later ging noemen, produceerde zo’n 50.000 SCR’300’s tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Engelse leger produceerde een eigen variant, de Wireless Set No. 31.

De SCR-300 was met 18 radiobuizen uitgerust, en gecombineerd met een set zinkbatterijen kwam het totale gewicht op zo’n 18 kilo uit. Het maakte gebruik van de FM-band en had een ingebouwde ruisonderdrukking. In vergelijking met de toenmalig voor thuisgebruik gangbare AM-radio’s was de SCR-300 daarmee een technologisch zeer geavanceerd product. De reikwijdte was tenminste 3 mile, zo’n 5 kilometer.

VanMoof Electrified S (2016)

Strikt gezien is een fiets met elektrische trapondersteuning die in 2016 op de markt is gekomen misschien geen retro. Toch schreeuwt het Nederlandse ontwerp van de broers Taco en Ties Carlier ‘klassiek’ en ’tijdloos’ en dat maakt het toekomstig retro. Neo-retro, zo u wilt.

De VanMoof Electrified S is een stadsfiets met een duidelijk Nederlands design, hoewel het moeilijk is om aan te geven waarom dat design zo über-Nederlands lijkt. Het design-aspect komt verder naar voren door het feit dat aan de fiets niet is te zien dat het gaat om een top-of-the-bill elektrische fiets: accu, bedrading en zelfs front-hubmotor zijn aan het oog onttrokken. Wat de fiets verder bijzonder maakt is het meegeleverde kettingslot dat sleutelloos met een ingebouwd touchscreen (en koppeling met een smartphone) wordt bediend.

De fiets is met een kleine 19 kilo, inclusief het gewicht van het kettingslot, best licht te noemen. En dat maakt het een snelle fiets, ook zonder de elektrische trapondersteuning. De hubmotor levert geen weerstand als hij niet wordt gebruikt en de fiets trapt daarom licht. De VanMoof Electrified S is zonder twijfel het lievelingetje van pers en reviewers, getuige de rapporten hieronder.

Reviews en testrapporten Electrified S 2016

Reviews en testrapporten Electrified S 2017

Arecibo’s 1679 bits Where is everybody? (1974)

In 1974 stuurden we vanuit Puerto Rico een radioboodschap het heelal in met hierin informatie over het leven op Aarde: de basis voor onze wiskunde, atoomnummers van DNA-bouwstoffen, formules voor koolhydraten en een vereenvoudigde weergave van de mens. Het doel hiervan was om het eerste contact met andere werelden te leggen. De boodschap gaat er meer dan 25.000 jaar over doen om bij de eindbestemming aan te komen, dus echt praktisch is deze kennismaking nog niet.

Het versturen van een boodschap naar de sterren is onderdeel van de pogingen om de Fermi-paradox op te lossen. De Fermi-paradox is het vraagstuk dat bestaat uit aan de ene kant de hoge statistische waarschijnlijkheid van leven op andere planeten en aan de andere kant de volledige afwezigheid van contact met andere planeten. Omdat beide gegevens niet met elkaar zijn te rijmen is er sprake van een paradox: een schijnbare tegenstelling. Het formele wetenschappelijke vraagstuk wordt als volgt geformuleerd:

De grootte en leeftijd van het universum suggereren dat er veel technologisch geavanceerde buitenaardse beschavingen zouden moeten bestaan. Deze hypothese is echter inconsistent met het ontbreken van gevonden bewijs dat deze stelling ondersteunt.

Omdat het heelal zo groot is en er daarom miljoenen mogelijke planeten moeten zijn waarop leven mogelijk is, zouden we allang contact gehad moeten hebben gehad met ‘aliens’. Echter, dat lijken we niet te hebben. In termen van oplossingen voor deze paradox wordt gedacht aan de volgende richtingen:

  • buitenaards leven bestaat niet en wij zijn alleen in de kosmos
  • buitenaards (intelligent) leven bestaat wel maar heeft tot op heden nog nooit contact gelegd met de aarde
  • buitenaards leven heeft in het verleden of het heden inderdaad al op enigerlei wijze contact gelegd met de aarde
  • buitenaards (intelligent) leven is zich allang bewust van ons maar heeft geen interesse in de mens en zijn technologie of wil geen contact met ons

Vooral de tweede richting is voor ons van belang. Als buitenaards leven geen contact legt met de aarde, ondanks het feit dat leven op veel planeten miljoenen jaren eerder kan zijn ontstaan, dan kan de verklaring hiervoor zijn dat leven na een bepaalde tijd uitsterft en dat er voor iedere vorm van intelligent leven sprake is van een Grote Barrière die voorkomt dat leven zich buiten de eigen planeet en zonnestelsel vestigt. Dat laatste zou niet leuk zijn voor ons.

Externe links

Philips’ 22AR774 Radio Recorder (aka Boombox) (1974)

Een boombox is een draagbare stereo radio met opnamemogelijkheid, gevoed door batterijen of accu’s en normaliter in staat om een behoorlijke geluidsdruk in stereo weer te geven. De boomboxen kwamen in het begin van de jaren ’70 op in Amerika, waar welhaast iedere jongeling met een luidruchtige stereo op z’n schouders door de straten banjerde. Dat herinner ik me nog goed, en dat je ze met twee cassettespelers had, zodat je cassettebandjes kon kopiëren. En later met een CD-speler, zodat je een goede geluidskwaliteit had. Maar welke was de eerste? Na wat onderzoek kwam ik erachter en het verbaasde me niks dat de uitvinder van de boombox onze landgenoot Philips was met de 22AR77.

Externe links

Philips’ Compact Disc (1979)

Samen met Sony ontwikkelde Philips de Compact Disc (cd), die voor het eerst werd gefabriceerd op 17 augustus 1979 door Philipsonderdeel Polygram te Langenhagen. Een cd is een optische schijf die oorspronkelijk voor de opslag van muziek werd gebruikt als vervanger van de grammofoonplaat van vinyl, maar die sinds een paar jaar na de introductie ook voor opslag van andersoortige gegevens werd ingezet zoals de cd-rom (computerdata) en cd-video (films).

Philips vond in Sony een perfecte partner voor de cd. Philips had nog veel ongebruikte videoplaatoctrooien beschikbaar. Sony had een specialisatie in digitale technieken. In 1986 kwam de cd-rom hieruit voort, die gebruikt werd voor het opslaan van computerdata. Twee jaar later werd de cd-rom beschrijfbaar. Later werd de cd-rom vervolmaakt; eerst de dvd (1997) en daarna blu-ray (2006).

Microsoft Windows 1.0 (1985)

Windows is een grafisch besturingssysteem ontwikkeld door Microsoft. Versie 1.0, bedoeld voor IBM PC’s en compatible computers met een 80×86 microprocessor, werd op 20 november 1985 op de markt gebracht. Microsoft had daarvoor nauw samengewerkt met Apple om programma’s te ontwikkelen voor hun Apple Macintosh en met de ervaring die daarmee door ontwikkelaars van Microsoft werd opgedaan werd de eigen grafische schil rondom MS-DOS ontwikkeld. Microsoft oprichter Bill Gates ontwikkelde veel van de applicaties die met Windows 1.0 werden meegeleverd, waaronder Calculator en Notepad. Windows 1.0 was op z’n best een slap aftreksels van het Apple Mac OS besturingssysteem, maar vormde wel het begin van de Windows productlijn die, eenmaal uitgebreid en ontdaan van de afhankelijkheid met MS-DOS, wereldwijd het grootste en meestgebruikte besturingssysteem zou gaan worden. In 2015 werd Windows 10 uitgebracht, die zich op alle fronten kon meten met OS X, de dan actuele versie van het Macintosh besturingssysteem.

Tim Berners-Lee’s World Wide Web (1991)

Midden jaren tachtig kwam Tim Berners-Lee in dienst van het CERN, het Europese laboratorium voor deeltjesfysica in Meyrin, in het kanton Genève ten westen van de stad Genève op de grens van Frankrijk en Zwitserland. Als softwareontwikkelaar schreef hij daar het databasesysteem ENQUIRE, waarin hij hypertekst introduceerde: activeerbare hyperlinks om informatie te delen en te updaten tussen de gebruikers. Vanaf maart 1989 werkte hij dit concept verder uit tot het World Wide Web: het combineren van hypertekst met het internet, een gedecentraliseerd netwerk dat in de jaren zestig door het Amerikaanse leger was ontwikkeld. Tevens schreef hij de eerste webbrowser en startte de eerste webserver op een NeXTcube. Op 6 augustus 1991 lanceerde hij de allereerste website: http://info.cern.ch/hypertext/WWW/TheProject.html, waarmee het wereldwijde web een feit was.

De basis voor het wereldwijde web wordt gevormd door het internet, een gedecentraliseerd netwerk dat zijn oorsprong vindt in het ARAPNET, een in 1969 door ARPA, een dienst van het Amerikaanse ministerie van Defensie, begonnen computernetwerk gebaseerd op packet switching. De term ‘Internet’ werd in 1974 voor het eerst gebruikt in een document van Vinton Cerf en zijn manager, Bob Kahn, over TCP. Op 1 januari 1983 stapte ARPANET over van NCP naar TCP/IP als netwerkprotocol (waarbij IP staat voor Internet Protocol), en daarmee was de geboorte van het internet in zijn huidige technische vorm een feit. Het gebruik ervan verspreidde zich verder onder universiteiten en aan de overheid gelieerde instellingen, eerst in de Verenigde Staten, later ook in Canada, Europa en Japan. Het meeste gebruik vond plaats in de vorm van het tekstgebaseerde SMTP (e-mail), FTP (bestandsoverdracht) en telnet (tekstuele interactieve sessies).

Milton Bradley’s Simon (1978)

Simon is een elektronisch geheugenspel, uitgevonden door Ralph Baer en Howard Morrison en in 1978 op de markt gebracht door Milton Bradley. Het apparaat geeft een serie tonen en lichten die de gebruiker moet herhalen. Als dat lukt dan wordt de serie tonen en lichten gaandeweg langer. Het prototype van Baer bevatte een TMS1000 microcontroller die even daarvoor door Texas Instruments op de markt was gebracht. Deze microcontroller had als eerste een volledige microprocessor met RAM en ROM aan boord, gecombineerd met I/O mogelijkheden; een ideaal onderdeel om elektronische spellen mee te maken. Een collega van Baer, Lenny Cope, deed het programmeerwerk terwijl Baer zelf de tonen van het spel ontwikkelde. Baer verkocht het ontwerp aan Milton Bradley, die de naam van het spel omdoopten tot Simon en de bekende ronde vormgeving voor hun rekening namen. Simon werd in mei 1978 voor een introductieprijs van 25 dollar gelanceerd en werd het best-verkopende spel in de kerst van 1978. Het patent van het spel werd in 1980 aan Baer toegekend. Milton Bradley bracht snel na de oorspronkelijke Simon een Pocket Simon uit.

Intern was de Milton Bradley Simon opgebouwd op een pertinax printplaat met hierop 4 gloeilampen, twee IC’s en enkele andere losse onderdelen. Het ene IC was de Texas Instruments TMS1000, de eerste microcontroller ter wereld, en het andere IC was een SN75494 led-displaydriver, gebruikt voor het aansturen van de gloeilampen. De vormgeving van Simon kwam uit de handen van Douglas Montague, die hiervoor in 1979 een patent ontving. De vormgeving en de kleurstelling paste goed bij het ronde ruimteschip dat op de voorkant van het 1977 album Out of the Blue van Electric Light Orchestra werd getoond, wat vast een positief effect op de verkopen heeft gehad.

Externe links

Elektuur’s Polyphemus modem (1986)

Een zelfbouw, PTT-goedgekeurd, 200 gulden 1200 baud modem (okee, 75 baud upload, magertjes) was in 1986 het summum voor de homecomputer- en vroege PC-bezitters die verbinding wilden maken met andere computers (nee, er was nog geen internet in die tijd) en Elektuur verraste heel Nederland ermee in het meinummer van dat jaar. Je kon een printplaat en frontplaat bij Elektuur bestellen, de overige onderdelen met enige moeite bij de lokale elektronicahandel bemachtigen en na een weekendje solderen was je online. Ik herinner me mijn exemplaar: in die tijd inelkaar gezet door werkelijk overal onderdelen vandaan te halen en met wasknijpers de telefoondraden op z’n plek te houden. De TCM3105 was lastig, en de lijntrafo werd een scheidingstrafo die normaal voor audiodoeleinden gebruikt werd. En gelukkig waren Okaphone en Telec er om je te helpen. En dan naar het dichtstbijzijnde BBS bellen om daar software te scoren, of op de fora rond te snuizen. Of naar Gandalf, de portselector van de RUG, en met één hop door naar de Cyber. Gave tijden waren dat.

Externe link

Philips’ BC108 (1966)

De BC108 (en BC107 en BC109) zijn de eerste generatie generiek toepasbare NPN transistoren, ontwikkeld door Philips en Mullard en in 1966 voor het eerst op de markt gebracht. Transistoren zijn toepasbaar als traploos-variabele stroom- en spanningsversterkers, of als electronische schakelaars. In eerste instantie werden de transistoren in een TO18 behuizing geproduceerd, maar later werd door de opkomst van epoxy en andere kunststoffen ook de nu veel bekendere TO92 behuizing toegepast. De BC548 is een moderne variant van de BC108. De BC108 kan maximaal 100mA verwerken bij spanningen tot 80 volt. De maximale dissipatie was (en is, met de moderne varianten) 300mW.

Bell Labs’ Germanium transistor (1947)

De germaniumtransistor werd in 1947 uitgevonden door Bell Labs’ John Bardeen, Walter Brattain en William Shockley. De eerste op silicium gebaseerde transistor werd geproduceerd door Texas Instruments in 1954. Dit was het werk van Gordon Teal, een expert in het produceren van zeer zuivere kristallen, die daarvoor bij Bell Labs werkzaam was. Hoewel men vaak als meervoud ’transistoren’ gebruikt, is het Nederlandse meervoud officieel ’transistors’. In het jargon van elektronici spreekt men overigens van ’tor’ en ’torren’. Veelgebruikte type transistors zijn de BC547 (NPN) en BC557 (PNP) die binnen grote marges voor veel doeleinden inzetbaar zijn.

Philips’ cassettebandje (1963)

Een muziekcassette, cassettebandje, compactcassette of simpelweg bandje is een magneetband die wordt gebruikt als geluidsdrager, in een speciaal daarvoor gemaakte vaste doos (cassette). Het cassettebandje is uitgevonden door Philips, als doorontwikkeling op de bestaande magneetband-systemen. Hoewel er andere magnetische tape-systemen waren, werd de compactcassette dominant doordat Philips geen royalty’s vroeg voor gebruik van het patent. Philips stelde wel enkele kwaliteitseisen.

De oudste cassettes hadden slechts twee sporen, de A-kant en de B-kant, dus voor mono geluid, maar al vrij gauw verschenen er stereorecorders met vier sporen. In de meeste gevallen werd de compactcassette dan ook ingezet als 4-sporen-medium: links/rechts (stereo) A-kant en de B-kant waarop geluidssignalen langs magnetische weg analoog konden worden opgenomen. Bij de meeste spelers moest de cassette fysiek worden omgedraaid om de B-kant te beluisteren, maar in de loop der jaren werden zogenaamde autoreverse-decks op de markt gebracht die zonder omdraaien weergave (en soms ook opname) van beide kanten mogelijk maakten. De compactcassette leende zich uitstekend voor draagbare apparaten met batterij en zelfs voor in de auto. De vervolgstap in de ontwikkeling leidde tot de walkman, een nog meer persoonsgebonden vorm van cassettespeler aangezien deze standaard via de hoofdtelefoon beluisterd werd.

Om te voorkomen dat op een cassettebandje met opgenomen muziek per ongeluk een nieuwe opname gemaakt werd (waardoor dan de oude opname gewist zou worden), kon men op de rugzijde van het bandje een plastic palletje verwijderen waardoor een opening vrijkwam die opname (door een ingebouwde blokkade van het cassettedeck) voorkwam en daarmee het bandje tegen ongewenste opname beschermde.

Naast audio is het cassettebandje ook veelvuldig gebruikt als datadrager bij home computers: het eerste gebruik hiervan is in elk geval terug te herleiden tot de KIM-1 (1976):

The KIM-1 system is designed to work with an audio cassette tape recorder/player to provide you with a medium for permanent storage of your programs or data. The cassette with recorded data may be reread by the system as often as you wish.

Apple’s iPhone (2007)

Apple’s iPhone uit 2007 is de eerste echte smartphone die model heeft gestaan voor alle smartphones die erop volgden. Hoewel er vóór 2007 voldoende telefoons waren met een aanraakgevoelig beeldscherm en organisers die eenvoudig in een broekzak pasten, was de Apple iPhone het eerste apparaat met een volwaardig besturingssysteem (OS X met een Unix kern), een betrouwbaar (capacitief) aanraakscherm, en een speciaal voor vingerbediening ontwikkelde gebruikersinterface. De meegeleverde toepassingen waren dusdanig uitontwikkeld dat ze de gebruiker een gevoel van ‘zo moet het zijn’ gaven en vanaf dat moment wilde iedereen ‘een iPhone’.

Android bestond op dat moment op toestellen met knoppen en het zou bijna twee jaar duren voordat Samsung met een eerste iPhone-kloon, gebaseerd op Android, op de markt kwam. Na enkele jaren was er bijna niemand meer, die geen smartphone had die leek op een iPhone.

Atomic Energy Research Establishment’s Harwell CADET (1955)

De Harwell CADET is de eerste volledig uit transistoren opgebouwde computer in de wereld, ontwikkeld in februari 1955 door de Atomic Energy Research Establishment in Harwell, Engeland. De Harwell CADET wordt algemeen gezien als de eerste moderne computer, zoals deze door Alan Turing in 1936 was bedacht en waarvan de principes ook vandaag de dag nog worden gebruikt. Het belangrijkste concept hierbij is het opgeslagen programma, waarbij alle instructies die uitgevoerd moeten worden in een geheugen zijn opgeslagen. Een moderne computer beschikt over een beperkt aantal instructies en het programma bepaalt in welke volgorde en met welke getallen deze instructies moeten worden uitgevoerd. Het feit dat de Harwell CADET volledig uit transistoren was opgebouwd was belangrijk, gegeven het feit dat in 1959 de silicium chip uitgevonden zou worden, waardoor grote functionele delen van de computers geminiaturiseerd konden worden.

De Harwel CADET bestond uit 324 transistoren en maakte gebruik van een magnetiseerbare cylinder waarop het programma was opgeslagen. De machine gebruikte een klokfrequentie van 58 kHz, het maximum waarbinnen het geheel nog storingsvrij kon werken. Programma’s namen soms 80 uur in beslag om uitgevoerd te worden.

In april 1955 kondigde IBM de IBM 608 Transistor Calculator aan, de eerste commercieel verkrijgbare volledig getransistoriseerde computer. Ze stelden daarbij dat deze al in oktober 1954 gedemonstreerd was, vóór de Harwell CADET.

Apollo 11 (1969)

Apollo 11 was de missie van het Amerikaanse Apolloprogramma die voor het eerst mensen op de Maan zette. Het Apollo-programma omvatte 11 bemande vluchten, aangeduid als Apollo 7 tot en met Apollo 17. De bemanning van de Apollo 11 bestond uit de astronauten Neil Armstrong, Edwin “Buzz” Aldrin en Michael Collins. Op 16 juli 1969 werd de Saturnus V-raket met de maanlander Eagle en de commando- en servicemodule Columbia gelanceerd om 13:32 UTC van lanceerplatform 39A op het Kennedy Space Center in Florida, Amerika.

Op 20 juli, op ongeveer 100 km van het maanoppervlak, daalde Aldrin met Armstrong in de maanlander Eagle af naar het maanoppervlak, terwijl Collins achterbleef in het ruimtevaartuig Columbia. De druk in de Eagle werd gelijkgemaakt aan die op de Maan, het luik werd geopend en Armstrong stapte naar buiten. Aangekomen onderaan de ladder zette Armstrong zijn linkervoet op het maanoppervlak om 2:56 UTC op 21 juli 1969, om vervolgens te zeggen: “That’s one small step for a man, one giant leap for mankind”.

Na een verblijf van ruim 21 uur op de maan stegen zij weer op om zich te verenigen met Collins. Hiertoe moesten ze wel improviseren bij hun bewegingen; in de nauwe ruimte van de maanlander hadden ze de startknop eraf gestoten. Aldrin loste dit probleem op door een plastic pen in de opening te drukken en zo de motor te starten. Na de succesvolle lancering en koppeling konden zij met 21,5 kilo maanmateriaal terugkeren naar de Aarde waarna de Apollo 11 op 24 juli 1969 om 16:50 UTC veilig in de Grote Oceaan landde.